Een willekeurig einde

26 februari 2017 Plaats een reactie

Vrijdag 24 februari 2017

Vanaf ons hotel fietsen we over een grote lange weg door het gewone leven van Sancti Spiritus, langs gewone winkels, tussen druk verkeer in alle soorten en maten. Ik zou alleen maar rechtdoor willen blijven fietsen, stoppen met nadenken over wat ik van plan was of wat ik heb afgesproken, wat er van me verwacht wordt. Nergens naar toe, alleen maar verder weg, of misschien wel dichterbij, mee met deze eindeloze stroom. Maar ik ben met een groep en fiets netjes achter de gids. Ook Sancti Spiritus heeft een plein met schaduwrijke bomen en een buste van Jose Marti, kleurige huizen en ronkende oldtimers.
De weg blijft druk als we de stad uitrijden, met zwart walmende auto’s die me in een klimmetje met veel geraas passeren. Vrachtwagen met in de laadruimte twee smalle deuren zijn bussen die niet bestemd zijn voor toeristen maar voor Cubanen. Die bussen zijn overvol, mensen staan in vier rijen dik op elkaar gepakt in de brandende zon, bij bushaltes blijven maar mensen in- en uitstappen.

In een klein dorp belanden we in een andere economie, als Mark betaalt met 10 CUC krijgt hij een paar honderd pesos terug. Ook al trakteert hij iedereen, het wisselgeld komt niet op, de hele voorraad cola, sinas en vruchtensap is op als wij weer verder gaan. Dit is het laatste stuk op de fiets. We zijn niet echt ergens naar op weg, we fietsen onze laatste kilometers. Bij een park dat door iedereen vergeten lijkt te zijn parkeert Daniel zijn bus en laden we de fietsen weer in, een willekeurig eindpunt van deze reis. Vanuit de bus kijk ik naar de eindeloze hoeveelheid kilometers die we niet fietsen, door vlak, droog land dat verandert in groen en heuvelachtig en weer terug, de zandpaden die uitkomen op de snelweg.
Daniel brengt ons naar de zee vlakbij Havanna, vanuit mijn kamer kijk ik op de golven, in bed hoor ik ze ruisen. De volgende dag een wit strand en een blauwgroene zee. Daniel, David en Wladimir krijgen een envelop met een fooi die hun schamele inkomen na 16 dagen fulltime werken moet compenseren. Ik vraag me af hoelang het Siempre dat het Viva la Revolucion vergezelt het blijft volhouden. Hoelang het duurt totdat het gevoel van onrechtvaardigheid, dat toch de basis was voor de Revolucion, wordt omgezet in echte vrijheid. Totdat de nostalgische ronkende roze en rode auto’s niet alleen voor ons, maar ook voor de Cubanen pure romantiek zijn geworden. Het lijkt mij dat het echte Cuba waar iedereen zo naar op zoek is toch vooral een Cuba in vrijheid is. Hasta la Cuba libre.

Statistieken:
Sancti Spiritus – Soroa
Afstand: 32,7 km
Gemiddelde snelheid: 19,12 km/u
Maximum snelheid: 37,36 km/u
Fietstijd: 1.42 u
Stijgen: 208 m
Dalen: 163 m
Totale afstand: 350,9

Categorieën:fietsen op Cuba Tags:

Een weg om te blijven

26 februari 2017 Plaats een reactie

Donderdag 23 februari 2017

Vandaag gaat het stijgen en dalen in dubbele getallen. Al snel komen we bij een schitterend uitzichtpunt, waar tussen de groene bergen in een dal vol palmbomen een helderblauw meer ligt. Roofvogels scheren door de blauwe lucht, wolken zorgen met hun schaduwen voor vertier op de flanken van de bergen waar ze donkere traag bewegende figuren vormen. Dit is weer zo’n weg waar ik zou willen blijven. Het is stil en warm, er rijden nauwelijks auto’s, de weg hier alleen te liggen tot ik er over heen wil fietsen. Maar deze weg heeft andere bedoelingen dan me te laten treuzelen op de fiets om er langer te kunnen blijven. In een lange afdaling gaat het kilometers lang met een rotgang naar beneden. Hiervoor is het wiel uitgevonden. Mijn fiets gaat zijn eigen gang, wil niet meer remmen, alleen maar gaan. Ossen staan sloom in de berm met een witte reiger als hun trouwe metgezel, geiten schreeuwen uitgelaten naar de zwevende fiets, eenzame palmbomen staan fier op bergtoppen.

We stoppen bij een klein huisje langs de kant van de weg. De vloer is van aangestampte aarde, in de kamer naast de eettafel een paar stoeptegels. In de tuin ligt in een olievat een varkentje te garen, zijn vet drupt in een aluminium bak. Op een houtvuur in de keuken komt de stoom uit gebutste potten. Om het varkentje nog wat meer tijd te gunnen lopen we naar een waterval waar het heerlijk zwemmen is. Als we terugkomen is een rijke tafel gedekt in een prieel beneden aan de rivier. De koeien en kippen scharrelen om ons heen, de varkentjes die volgende bezoekers zullen voeden wentelen tevreden in hun mest.

Na de lunch is het lekker intervallen: kort klimmen en dalen wisselen elkaar af. We komen wat meer in de bewoonde wereld, mannen die elkaar te paard opzochten zitten samen op een veranda, hun paarden grazen in de voortuin. Je zou hem, in alle vredigheid hier, bijna vergeten, maar La Revolucion duikt weer op, op de muren van huizen en borden langs de weg, tussen bomen met glanzende rode stammen. We rijden de bergen uit, altijd een droevig moment. Ook al biedt deze weg wel de mogelijkheid tot flierefluiten, nog steeds gaat het veel te snel, de laatste blikken op de vallei.

We rijden verder naar Santa Clara, waar een enorm standbeeld van Che de illusie van een eeuwigdurende overwinning biedt. In de stad heerst een opgewonden drukte rondom het Plaza Mayor. Een groot warenhuis verkoopt wat lampen en plastic afwasteiltjes, in een kledingwinkel is precies ėėn soort spijkerbroek te vinden. In de kathedraal ben ik bijna verbaasd een beeld van Jezus te zien in plaats van Che of Fidel. In de avond rijden we met de bus door naar Sancti Spiritus. Alle afslagen van deze snelweg zijn lange, stoffige zandpaden.

Statistieken:
Topes de Collantes – Sancti Spiritus
Afstand: 39,5 km
Gemiddelde snelheid: 18,32 km/u
Maximum snelheid: 56,55 km/u
Fietstijd: 2.09 u
Stijgen: 676 m
Dalen: 1224 m
Totale afstand: 318,2

Categorieën:fietsen op Cuba Tags:

Spijt

23 februari 2017 1 reactie

Woensdag 22 februari 2017

Jaloers kijk ik naar de kleine groep fietsers die de berg op gaan. Het zware ontmoedigingsbeleid van onze gids heeft gewerkt, de waarschuwing dat de groep mogelijk lang op mij moet wachten en de grote twijfel of ik dit kan maken dat ik me niet verheug op de berg, maar er tegenop zie. En zo wil ik de berg niet op. Maar meteen de eerste meters in de bus heb ik al spijt. Ik zit naast Daniel voor in de bus en de weg is zo mooi als alleen een weg omhoog naar de top kan zijn. En ja, inderdaad, het is een berg om tegenop te zien. De zwaarte is beslist niet te onderschatten. Ik kan de weg niet in mijn benen voelen, meter voor meter, omdat ik hier in de bus zit, maar mismoedig blijf ik me afvragen of het zwaar of te zwaar zou zijn geweest. Of je met tijd en volharding niet inderdaad elke bergtop haalt. En waarom ik me deze berg uit mijn hoofd heb laten praten.
Vanaf de top ligt de weg prachtig te slingeren tussen het groen. Ik heb een weids uitzicht over de vallei. De wolken zijn genadig voor de fietsers en houden de warmte tegen, alleen ver aan de kust glinsteren wat gouden plekken licht. Daar komt Maarten, dan Willy, dan Anneke. Bezweet, moe en trots, zoals je een top bereikt. De eerste 8 km gingen in totaal 500 meter omhoog, het tweede stuk gaan nog eens 350 meter verder. Dat tweede stuk ga ik wel op de fiets. Na een steile afdaling laat de weg me zijn ware aard niet meer zien, hele stukken die volmaakt vlak lijken stijgen met minstens 13%, waar ik zeker weet dat ik een afdaling inzet klim ik met 6% omhoog. Maar ik ga met plezier, in een rustig regelmatig tempo klim ik bijna moeiteloos omhoog, alsof mijn benen en mijn longen me mijn vertrouwen weer terug willen geven. Om mijn kin een baard van zweet. Mijn zachte buenos dias tegen de boeren die met gereedschap naar boven lopen wordt nauwelijks beantwoord, alsof de fietser hier niet hoort.
Zo’n halve berg heeft iets tegennatuurlijk. Alsof alle plezier alleen in gemak zou liggen, in het uit de weg gaan van inspanning of tegenslag. Juist de berg laat me altijd weer zien dat het gaat glanzen waar het schuurt, dat plezier niet per se ligt in wat makkelijk is, en dat wat inspanning kost niet per se naar is. De voldoening ligt juist in het niet overslaan wat moeilijk lijkt en vaak ook is. Er is op zo’n weg omhoog zoveel te genieten. Vandaag hielden woorden me daarvan af. Van alles wat in het leven niet te overwinnen is, was deze berg vandaag dat wel geweest. Ik knoop het in mijn oren.
Al na tien kilometer is de tocht voorbij. Het is nog vroeg in de ochtend. De rest van de dag gaat op aan wachten, niet aan de fietser die wil klimmen, maar op de tijd die voorbij moet gaan tot het laat genoeg is om te gaan lunchen, tot de kamers in het hotel zijn schoongemaakt, tot het avondeten. Vanaf de lunch regent het onophoudelijk, ik slaap tot vroeg in de avond.

Statistieken:
Trinidad – Topes de Collantes
Afstand: 11,5 km
Gemiddelde snelheid: 13 km/u
Maximum snelheid: 44,75 km/u
Fietstijd: 1.20 u
Stijgen: 604 m
Dalen: 390 m
Totale afstand: 278,7

De overbodige weg

23 februari 2017 Plaats een reactie

Dinsdag 21 februari 2017

Vandaag rijden we naar het schiereiland Ancon, over een weg pal aan de zee. Deze weg is overbodig geworden sinds er even verderop een nieuwe weg is aangelegd. Dat zijn de allermooiste wegen, de wegen die er eigenlijk niet meer hoeven te zijn. Eerst waren ze de enige manier om afstanden te overbruggen en werd hun loop bepaald door de kustlijn, een jaagpad, een rivier. Maar zodra ze worden ingehaald door de vooruitgang die ervoor kiest de weg niet te verbreden maar echt te verplaatsen, dan wordt zo’n weg een verborgen niemandsland. De gaten in de weg zijn talrijk en diep en worden nauwelijks meer gerepareerd, de zon lijkt er wel harder te branden dan waar dan ook.
Al vanaf het eerste moment op deze weg wil ik er weer naar terug. Maar dan helemaal in stilte. Met de groep rijden we naar het strand, waar ik een snelle duik neem in de heldere warme zee. Maar meteen daarna kleed ik me weer aan om dezelfde weg terug te gaan. In een traag en stil tempo geniet ik van deze verwaarloosde weg die bijna niemand meer kiest, zo prachtig aan de zee. Op dit uur van de dag heb ik het rijk voor me alleen. De weg is veel te kort, de tijd is veel te beperkt voor deze overbodige weg. Als ik Trinidad weer nader wordt het iets drukker, in een klein dorp met een zandweg rijden zelfs wat auto’s.
In Trinidad zelf, dat tegen een heuvel aan ligt, heeft alle verkeer in alle soorten voertuigen zich verzameld. Kleine stalletjes met fruit en groenten langs de kant van de weg, een school die uitgaat, kwetterende kinderen in schooluniforms die vanaf de vierde verdieping van de school de straten in zwermen. Vanaf een hoge toren kijk ik eindeloos uit over de stad en de vallei. De toren hoort bij een groot huis van een rijke familie met een suikerplantage. Het is inmiddels een museum dat in de summiere vertellingen een link met de Revolucion legt.

Morgen beklimmen we de Topos Collantes. Het moet een prachtige weg zijn met een steile, zware beklimming. De gids raadt het iedereen af om deze weg te nemen, het is te zwaar, te steil, alles wat bij een mooie berg hoort. Ik sluit me aan bij de groep die zich voorneemt toch omhoog te gaan, maar Brigitte wil het uit mijn hoofd praten. Alsof de berg een kwaad is dat alleen de allersterksten kunnen trotseren. Ik hoor het aan en denk dat het van me af glijdt, want ik houd van bergen, vooral van de bergen die in mijn benen zitten, waarvan ik elke meter omhoog heb beleefd. Maar haar waarschuwing dat als ik het niet haal de hele groep wel anderhalf uur op mij moet wachten kruipen onder mijn huid. Kan ik het wel? Ook na zo lang niet echt gefietst te hebben? Het vertrouwen dat een fiets en mijn benen mij over elke berg heen brengen maakt plaats voor twijfel.

Statistieken:
Trinidad – Ancon – Trinidad
Afstand: 32,1 km
Gemiddelde snelheid: 18,03 km/u
Maximum snelheid: 51,71 km/u
Fietstijd: 1.46 u
Stijgen: 209 m
Dalen: 194 m
Totale afstand: 267,2

Naar Trinidad

21 februari 2017 Plaats een reactie

Maandag 20 februari 2017

De zondag brengen we luierend door. Om niet tegen Hester te moeten zeggen dat ik het snorkelen en duikelen aan me voorbij heb laten gaan ga ik mee op de boot, maar na een halfslachtig minuutje in het water blijf ik in de zon wachten tot we weer terug varen. De rest van de dag is lui en loom in de warmte.
Vandaag fietsen we naar Trinidad. Deze weg heeft alles waar ik van houd. Smal wegdek dat nog net niet versleten is, het steeds maar weer afwisselend klimmen en dalen. De heuvels lijken voor mijn wielen te buigen als ik ze nader. In de verte wordt suikerriet gekapt op de akkers, bergen liggen tevreden in de zon. Langs de weg Cubanen in alle leeftijden, de mannen groeten met vrolijke kushanden en knipogen. Een schoolklas kinderen zwaait en schreeuwt uitbundig van onder een boom. De zon brandt al in de ochtend, de wind verkoelt precies genoeg, lauw water in mijn bidon. Ik voel me zo licht dat ik lijk te vliegen. Volledige vrijheid op een lege stille weg.
We rijden over een prachtige kustweg, tussen de bomen glittert rechts het blauwe water, rechts de bergen. We passeren bruggen die kreken naar de zee stromen en de golven die zonder er ooit moe van te worden op het strand aanspoelen overbruggen. Op de weg liggen platgereden krabbetjes, varkentjes besnuffelen de witte lege stranden. De helden van de Revolucion zijn hier ver weg. Een groot kapmes dient slechts voor het opensnijden van een kokosnoot.
Na 20 km begint Trinidad te lonken. Maar de weg wordt afgesloten, eerst moet een wielertour passeren. Na claxonnerende politiewagens en motoren een kleine kopgroep, minuten later het peloton. Achter op een brommer of een oldtimer de reservewielen voor de spiksplinternieuwe racefietsen. We stallen onze fietsen bij het hotel net buiten Trinidad en samen met Heleen loop ik door de brandende hitte naar de stad. De stad is charmant met keiige straatjes, kleurige huizen en prachtige pleinen. ’s Avonds in cafe Canchanchara speelt een band zo aanstekelijk dat een groep Mexicanen niet stil kan blijven zitten. Een Cubaan danst met lege armen, ik zou er zo in kunnen stappen. Gelukkig nodigt hij me uit. En in de armen van een Cubaan kan iedereen dansen. We rijden terug in een een rood-witte taxi met rood-wit leren bekleding, die zo mooi is dt ik er in zou willen blijven wonen.

Statistieken:
Cienfugeos – Trinidad
Afstand: 39,8 km
Gemiddelde snelheid: 21,74 km/u
Maximum snelheid: 45,85 km/u
Fietstijd: 1.49 u
Stijgen: 258 m
Dalen: 252 m
Totale afstand: 235,1

 

Categorieën:fietsen op Cuba Tags:

Kleuren

20 februari 2017 Plaats een reactie

Zaterdag 18 februari 2017

In de ochtend rijden we langs de Cueva de los peces, een diep zinkhol met vissen uitgesleten door de oceaan die aan de overkant van de weg ligt. Maar de wonderlijke grote platte helblauwe vissen kunnen diep, veel dieper dan wij en verschuilen zich tot het weer veilig is. Maar het schouwspel van de menselijke vissen met hun snorkeloutfit is minstens zo spectaculair.
Op weg naar Playa Giron waar de strijd woedde met de mercenario’s, de door de CIA betaalde strijdkrachten, worden de borden langs de kant van de weg grimmiger: Dood aan de vijand, het vaderland of de dood! Dit land lijkt wel een constante David en Goliath-strijd te hebben gekend, kleine, schijnbaar kansloze troepen viriele twintigers en dertigers die de gok waagden. Het lot maakte van hen David dan wel Goliath.
In het museum, in een soort collegezaal met bloemengordijnen aan alle muren wordt zonder enige relativering een zwart-wit film vertoond uit 1961, het woord Yankee wordt uitgespuugd, de bijvoeglijke naamwoorden die daarbij horen zijn omineus. Een lange rij foto’s van helden die omkwamen, de gevangen verraders werden na twee jaar geruild voor 60 miljoen dollar aan babyvoeding en medicijnen.
We rijden verder door droog en desolaat land, er is geen huis te zien, donkerrode lange paden leiden naar iets wat ver achter de einder ligt. Af en toe een klein dorp waar nooit de buste van Jose Marti ontbreekt. Cienfuegos brengt weer warme zinnelijkheid, aan een plein een prachtig oud theater dat nog precies is zoals ruim 100 jaar geleden, met Spartaanse houten klapstoelen. In de hoge etalages van een drukke winkelstraat staan plastic afwasteiltjes, bezems en rijstkokers. De stad ligt aan zee, achter scharrige vissersbootjes deinen kapitale privéjachten. Op de steiger maak ik vrienden met Ariane en Galil, die graag mijn pen willen hebben als kado. De stad uit rijden we langs statige oude villa’s in groen, geel of blauw.
Om kwart voor 5 stappen we op de fiets. Er is weinig mooier dan het scherende avondlicht. Er hangt een rokerige geur van verbrande berm, houtvuur en zwarte uitlaatgassen. Er klinkt een concert van droge dorre bladeren die weigeren de boom te verlaten en die die nu knisperen in de wind. De glimmende rode basten van de bomen geven bijkans licht. Deze middag lijkt er geen tijd te bestaan, alleen maar afstand. De weg gaat in een heerlijke zinsbegoocheling op en neer. Mijn benen beginnen weer te voelen hoe hard het gaat, hoeveel het stijgt of daalt. Steeds dieper oranje kleuren de bergen in de verte, steeds gouder de velden ervoor, steeds meer ruimte komt er in mijn hart. Precies als de zon besluit onder te gaan komen we aan in Guajimico. De zon is nog niet weg of alle kleurenpracht maakt plaats voor een gitzwarte hemel met heldere sterren.

Statistieken:
Playa Largo – Cienfuegos
Afstand: 27,9 km
Gemiddelde snelheid: 19,9 km/u
Maximum snelheid: 38,91 km/u
Fietstijd: 1.24 u
Stijgen: 227 m
Dalen: 304 m
Totale afstand: 195,3

Categorieën:fietsen op Cuba Tags:

Vruchten

20 februari 2017 Plaats een reactie

Vrijdag 17 februari 2017

Vandaag rijden we met de bus van Pinar del Rio naar Playa Larga, over een lange rechte snelweg via Havanna. Playa Larga ligt in de Varkensbaai, waar in 1961, twee jaar na de Revolucion, de CIA tevergeefs een tegenaanval van Cubaanse ballingen uit Miami steunde. De laatste 30 km fietsen we over alweer zo’n lange, rechte weg, met aan weerszijden moeras en een eindeloze rij gedenktekens van gevallenen. De vlakke weg nodigt uit tot tempo, in de hitte laten we het landschap aan ons voorbij glijden. Over de weg slingert een slang naar de overkant.
De grote borden langs de kant van de weg herinneren je er voortdurend aan dat het niet altijd vredig was. En echt vredig is het hier nog steeds niet, waar zo bloedig voor gestreden is, behalve in de bomen en de lucht. Zelfs de net geboren kalfjes zijn hier vel over been. Als je wilt kan je volstrekt zorgeloos door dit land reizen. Af en toe is er geen warm water of spoelt er een toilet niet door en het schijnt dat de elektriciteit niet heel betrouwbaar is, maar daar hebben wij nog niets van gemerkt. Zo in de bus met airconditioning hoor je het lawaai niet dat de vele nostalgische auto’s, pick-ups en vrachtwagens produceren, ruik je niet de zwarte walmen die uit de uitlaten komen. Onze bus vertrekt precies op de afgesproken tijd en rijdt zonder mankementen naar de volgende bestemming, langs de kant van de weg staan mensen in de hitte te wachten tot een auto stopt die ze mee wil nemen en er staan talloze auto’s met de motorkap omhoog, kapotte autobanden in de berm. Veel laadruimte is er niet in de auto’s, de kofferbak zit vol met reservebanden en gereedschap.
Playa Larga is een paradijs. Een heldere zee met blauw en groen in verschillende tinten, een blank strand, kokosbomen vol met trossen noten. Het water is heerlijk warm, tot ver zie je het geribbelde zand op de bodem dat met elke golf opstuift en seconden later weer in een regelmatig patroon wacht op de volgende golf. Twee lange armen vol groene bomen omarmen de baai. Op het strand vier blonde honden die een zwarte hond op zijn rug dwingen. Breed grijnzende Cubanen brengen Pina Colada’s en mojito’s.
We eten weer in een paladar. Op de tafel grote schalen met krokodil, kreeft en hert. In dit land zijn alle koeien van de overheid. Boeren krijgen betaald voor het voer en moeten vervolgens het vlees afstaan. Verkoop of slacht je illegaal een koe kan je daar 6 tot 10 jaar cel voor krijgen. Maar mensen zijn inventief: langs een spoorweg is na een vermeende aanrijding met een koe vaak wel de kop te vinden maar is de rest van de koe op miraculeuze wijze onvindbaar.
Je zou zeggen dat, nu het openen van een paladar of een casa particular met kamers voor toeristen mogelijk is, er goede zaken te doen zijn. Maar voor een paladar of casa particular moeten hoge vergunningskosten worden betaald, en, ook als er geen gasten zijn, moet er belasting worden afgedragen die net zo hoog als je inkomen kan zijn. Rijk worden, of, bescheidener nog, vooruitgang boeken, behoort hier via gebaande wegen niet tot de mogelijkheden, hoe groot ook de stroom toeristen is die het land binnenkomt. Het enige waar je nog wat aan kan verdienen is de fooi die je krijgt.
Ons temperament houdt ons hier op de been, zegt Wladimir. En het geld dat familie uit Amerika stuurt. Dankzij een uitstekend onderwijssysteem kunnen mensen hun talenten weliswaar ontplooien, maar er nauwelijks de vruchten van plukken. Tijdens het eten draaien de heupen van de leden van de salsaband.

Statistieken:
Pinar del Rio – Playa Largo
Afstand: 25 km
Gemiddelde snelheid: 23,46 km/u
Maximum snelheid: 31,05 km/u
Fietstijd: 1.04 u
Stijgen: 18 m
Dalen: 11 m
Totale afstand: 167,4

Categorieën:fietsen op Cuba Tags: