De laatste dag

21 augustus 2020 1 reactie

Dinsdag 18 augustus 2020

Tijdens de rustdag heb ik me verdiept in de route. Naar Nice is nog ruim 900 km, en daarvoor hebben we nog 11 dagen. Dat zou precies kunnen. Tegelijkertijd is het stuk dat voor ons ligt het stuk waar ik me het meest op verheug, de Alpen, Italiaanse meren en wijnstreken. Als ik iets niet fijn vind, dan is het moeten rekenen, heb ik genoeg kilometers gemaakt, gaat het snel genoeg? Het haalt voor mij het gevoel van vrijheid uit het fietsen. Ik vind het jammer, maar ik besluit in Basel te stoppen. Dan kan ik het tweede deel bewaren voor een keer dat ik tijd genoeg heb.

De ochtend is vol licht. We zigzaggen door wijngaarden en fruitbomen. De druiven die stoven in de zon beginnen al naar wijn te ruiken, de appels naar cider. De strakke rijen met wijnranken bieden steeds eenzelfde uitzicht op dorpjes in het dal, de eerste uivormige kerktorens en oude burchten boven op de berg. De heuvels worden voorzichtig bergen, soms als een wal naast ons, soms als een kuur recht voor ons. Ooievaars klepperen in het veld. ik fiets over de schaduw van een zwerm vogels die schreeuwend boven me vliegen.

We slaan even af naar Colmar, wat een van de mooiste stadjes van de Elzas moet zijn. De route er naar toe belooft niet veel, hoge flatgebouwen doen vooral aan Overvecht denken. Maar het centrum is oud en sfeervol, met vakwerkhuizen en daken van mozaïek. Als John en Yonne tijdens de lunch op de kaart kijken blijkt Basel voor hen een omweg richting Nice. En zo komt het tot een heel plotseling afscheid op een prozaïsch kruispunt in Merxheim.

Het is nog 60 km naar Basel. De bergen komen nu als reuzen uit de grond, ze liggen in het donker van zware regenwolken, in de verte ligt hier en daar een flank te blinken in de zon. Alsof er iemand met een strijkijzer een baan heeft geplaveid maar ik blijf fietsen over vlakke weg. Links van mij begint het te stortregenen uit een wolk, maar ik blijf droog. Als ik afsla naar een stil bos breekt de zon weer door. De kilometers verdwijnen als vanzelf onder mijn banden. Het laatste stuk gaat langs een kanaal, en plotseling zijn de bergen helemaal kwijt.

Vlak voordat ik Basel in rijd bel ik Jan Soetens of hij mijn fiets wil ophalen hier. Hij adviseert me een hotel in Saint Louis, aan de Franse kant van de grens. Als ik weer op de fiets stap wordt alles zwaar: ik heb een lekke band. Het verwisselen van de band gaat prima, maar bij het oppompen breekt het ventiel af. Ik loop een willekeurige kant op en zie dan een bordje Saint Louis. Aan het einde van de straat het hotel van Jan Soetens. Pech brengt altijd weer geluk met zich mee.

De eigenaar van het hotel vindt het aantal kilometers van vandaag enorm en staat erop me morgen met zijn busje naar de fietsenmaker te brengen. Dat moet wel een Franse zijn, want Zwitserse zijn veel te duur en je kan geen Frans met ze praten. Hij zoekt er een uit en schaft bij binnenkomst direct drie elektrische fietsen aan, handig voor de gasten. De fietsenmaker zorgt voor een nieuw bandje, spant wat spaken aan en smeert de ketting, ook hij vindt het mooi, zo op reis met de fiets. Om half 10 zit ik alweer op de fiets.

Basel moet je een beetje veroveren, maar met de fiets gaat dat uitstekend. Ik bezoek een aantal musea, met als hoogtepunt dat van Jean Tinguely, die met zijn kunst iedereen weer aan het lachen krijgt. Donderdagmiddag neem ik een rechtstreekse trein naar Utrecht. Basel-Nice blijft op me wachten. John en Yvonne: bonne route!!

Statistieken:

Villé – Basel

Afstand: 128,3 km

Gemiddelde snelheid: 18,12 km

Maximale snelheid: 42,02

Stijgen: 369 m

Dalen: 376 m

Totale afstand: 747,2 km

Categorieën:fietsen naar Basel

De eerste berg

17 augustus 2020 1 reactie

Zondag 16 augustus 2020

De bakker van Langatte heeft een terras en schenkt koffie en thee. Voor de deur een kraampje van een slager die ook eieren en yoghurt verkoopt. Vandaag dus een onverwacht luxueus ontbijt. In de lange rij voor de winkel wordt een mengelmoes van Frans en Duits gesproken. We slaan genoeg brood in voor de rest van de dag. Dat is maar goed ook, want ook vandaag is alles gesloten. De lege baguette-automaten langs weg getuigen van hoe uitgestorven dit gebied is.

Na een paar vlakke kilometers langs het kanaal doemt plotseling een hoge steile voetgangersbrug met een sleuf voor de fietsop. We moeten de weg aan de overkant vervolgen. Een aardige racefietser helpt de tassen naar boven sjouwen. Om ons heen vennen vol kroos en wegspringende kikkers. Vandaag zijn we op weg naar de Col de Donon. Het wordt een ontgroening voor Yvonne en John, zij hebben nog niet eerder een berg beklommen. Als we het kanaal verlaten warmen we onze spieren vast op in een licht golvend bos. Ik speur naar water. Aan een visvijver vind ik een kraan voor het schoonmaken van de vangst. Maar een visser staat erop uit zijn auto een fles water voor me halen omdat hij er niet 100% zeker van is dat het drinkwater is. Hij wenst me bon courage.

In stilte rijdt het peleton de bergen tegemoet. Welke berg zal de onze zijn? Het is niet op te maken uit de loop van de weg, het kan iedere berg wel zijn. Een berg die je over gaat trekt, maar je vreest hem ook. Het is alweer een tijd geleden dat ik met bepakking en een zware fiets in de bergen reed. Zijn onze benen sterk genoeg? De vrees blijkt ongegrond. De Col de Donon is een genadige berg. In een heel kalm tempo leidt hij ons naar zijn hoogste punt. Naast de weg een kristalhelder kabbelend beekje. Lange bomen die uit het steeds diepere dal boven ons uit blijven torenen om schaduw te bieden. Een gladde asfaltweg die 14 km neemt om in lange bochten naar boven te slingeren. Hier en daar een auto en een motorrijder, maar vooral stilte. De verkoeling van de lange bomen gaat ten koste van het uitzicht. Het is hier vooral heel erg groen. Pas als we bijna boven zijn wordt ons een blik gegund op het dal en de andere heuvels eromheen. Op het hoogste punt vieren we de beklimming van de berg met brood met ei. Precies dan begint het zacht te regenen en in de verte ook te donderen. Tijdens de kilometerslange afdaling barst de regen echt los. Op het natte wegdek suizen we naar beneden onder bulderende begeleiding van de donder. Beneden aan de berg lunchen we nog een keer. Er is hier wel een camping, maar het is pas 16.00 uur en de regen en de dichte restaurants maken het troosteloos. We fietsen liever verder, misschien wel het licht tegemoet.

De laatste 25 km gaan als vanzelf. De 200 m die we nog stijgen voel ik niet eens meer in mijn benen. De zon breekt weer door en dan volgt plotseling een fenomenale afdaling. We zweven richting het dal, alsof we los zijn van aarde. De fiets jaagt naar beneden en in een oogwenk zijn we in Villé, een levendig stadje vol terrassen. Op de camping koelen we onze gezichten aan ijskoude blikjes drinken. Als we ’s avonds terug naar het stadje fietsen om er te gaan eten is het uitgestorven. Gelukkig is er nog één restaurant open. We drinken er champagne op de beklimming en alsof we uitgehongerd zijn eten we na de maaltijd nog een extra schaal friet. Villé is een prima plek voor een rustdag morgen.

Statistieken:

Langatte – Villé

Afstand: 96,6 km

Gemiddelde snelheid: 15,38 km/u

Maximale snelheid: 49,46 km/u

Fietstijd: 6.10

Stijgen: 988 m

Dalen: 957 m

Totale afstand: 618,9 km

Categorieën:fietsen naar Basel

Donder klaart de lucht

16 augustus 2020 Plaats een reactie

Zaterdag 15 augustus 2020

Behalve de verjaardag van John is het vandaag ook Maria Hemelvaart. Metz, waar we gisteren nog in het overvolle uitgaansleven belandden, shotjes dronken op John en waar corona niet leek te bestaan is vanochtend volledig uitgestorven als ik op zoek ga naar een verjaardagsontbijt. Met moeite vind ik vers brood en taart, maar zeker geen verse koffie of yoghurt voor Yvonne. De was is inderdaad kletsnat geregend gisteren en de zon is nog niet sterk genoeg om die te drogen. We gaan op weg met onze fietsshirts en -broeken bungelend aan de tassen. We zijn de stad nog niet uit of het komt tot een enorme explosie. In ons werk zoeken we in een coöperatie naar de overeenkomsten tussen de belangen van leden die op punten van elkaar verschillen. De meerwaarde van samenwerking zoeken is onze tweede natuur. En na 7 dagen samen fietsen zitten onze onderlinge verschillen zo in de weg dat ze niet overbrugbaar lijken. In deze kleine coöperatie van drie mensen ligt voor de een de nadruk op het onderweg zijn en voor de ander op het bereiken van de bestemming. De een wil na een dag fietsen genieten van een rustige avond terwijl de ander juist het liefst zo lang mogelijk doorfietst. Het lijkt of we ons gezamenlijk ritme zijn uitgekomen op een grijze middenmoot en een gulden middenweg lijkt ver weg.

Vandaag gaan we op weg om in elk geval veel kilometers te maken. John krijgt voor zijn verjaardag de heuvels waar hij zo van houdt. We buigen af van de Moezel en de weg golft door het open landschap heen. Het is leeg en stil. We fietsen door piepkleine uitgestorven dorpen zonder een mens op straat en met geen enkele voorziening. De eerste levende ziel die we ver in de middag tegenkomen geeft ons water, de rest van de dag halen we ons water bij de dode zielen op de kerkhofjes bij kleine kerkjes. We lunchen op een bankje in een stil dorpje met wat er nog in onze tassen zit en dat is gelukkig nog meer dan voldoende. Vandaag is een dag van wolken. Wit hangen ze in de helblauwe lucht. Alles wordt een schilderij, de velden goudgeel van het afgeschoren graan, de eenzame bomen op de kam van de heuvels, roodbruine koeien in de wei. Na de hete lege velden eindelijk een stuk verkoelend bos, maar voor ik me daar aan kan laven is het alweer voorbij. We intervallen in trage klimmen en suizende afdalingen, op vlakke stukken merk ik hoe mijn benen sterker worden en makkelijker ronddraaien

Aan het eind van de middag vinden we hier en daar een restaurant maar zonder uitzondering zijn ze gesloten. Na 90 km in Mittersheim ineens een terras voor koud bronwater. De krijtborden met het menu suggereren dat we hier ook kunnen eten, maar nee, om 19.00 uur gaan ze weer dicht. We bellen met een restaurant 15 km verderop. Dat gaat om 19.00 uur open maar is helemaal vol, als we direct komen is er misschien nog plek op het terras. Ik zeg dat we op de fiets zijn en dat we er zo snel mogelijk aan komen, maar ze kan ons niets beloven. In hoog tempo fietsen we langs een smal kanaal, langs een aaneenschakeling van pittoreske sluiswachtershuisjes aan sluizen. Maar zelfs op deze vlakke weg kost het afleggen van 15 km nog drie kwartier. In het restaurant is dan inmiddels alles al vol. Het lijkt of alle inwoners van de wijde omgeving hier zijn komen eten. Ik dring aan, we hebben ruim 100 km gefietst en hebben geen alternatief. Na wat zoeken krijgen we toch een tafel. De donder van vanochtend heeft de lucht geklaard, het is een gezellige avond. Het restaurant ligt tegenover de camping, na het eten zetten we in het donker onze tenten op. Op deze camping lijken geen camping etiquette te gelden, om 23.00 uur overal nog harde muziek en luid gepraat. Mijn lijf is moe. Ik vraag me af of ik wel kan slapen in deze herrie maar ik hoor John en Yvonne niet eens meer terugkomen van de douche.

Statistieken:

Metz – Langatte

Afstand: 102,3 km

Gemiddelde snelheid: 16,81 km/u

Maximale snelheid: 40,91 km/u

Fietstijd: 5.09

Stijgen: 822 m

Dalen: 707 m

Totale afstand: 522,3 km

Categorieën:fietsen naar Basel

Dwalen

14 augustus 2020 Plaats een reactie

Vrijdag 14 augustus 2020

De ochtend begint met een heel klein buitje. We zijn om 9 uur op pad en blijven de Moezel volgen. Dat moet gemakkelijk zijn, denk ik, en dat komt goed uit want ik heb de route niet. de boekjes van Bejaminse zijn voor mij echt volstrekt on navolgbaar en nu vind ook geen gps bestand. Het is heiig, ik weet niet of ik in de verte wolken of heuvels zie. De fruitbomen waar niemand acht op slaat laten hun vruchten op het fietspad vallen. Aan de overkant van de rivier kleine ranke kerktorens en stomende koeltorens. Dan breekt eindelijk die verfrissende regenbui los die al zo lang in de lucht hing. Na een sluis volg ik het bord van de chemin de la Moselle richting Thionville, maar ik kom uit in een bos. Geen idee welke kant ik nu op moet. ik kies op goed geluk rechts en vind daar al snel een brug over de Moezel. Het wegdek van de brug is spekglad van de regen, en dan gebeurt het onvermijdelijke als de band zijn grip verliest, ik val voluit op het wegdek. Een vriendelijke racefietser controleert of ik nog heel ben, en dat is zo, op blauwe knieën en ellebogen en pijnlijke polsen na. Maar aan de overkant van de brug is de weg langs de Moezel gebarricadeerd door een omgevallen boom. John en Yvonne zijn nergens te bekennen, ik heb geen idee waar ik naar toe moet. Een vriendelijke man leidt me met zijn auto

stapvoets naar het bord richting Thionville, maar dat leidt me naar precies dezelfde plek in het bos. En dan begint het dwalen. Elke richting die ik kies is precies verkeerd. Steeds kom ik na kilometers fietsen weer op precies dezelfde plek uit. Uiteindelijk kom ik weer op precies dezelfde brug waar ik onderuit ging. Ik had er niet links maar rechts gemoeten. Het kost me moeite om de weg als reis te zien. John en Yvonne zijn me voor en net nu we vroeg weg gingen om kilometers te maken vertraag ik de dag. Zo zonder route verdwaal ik op elke plek waar een bordje ontbreekt. Ook in Thionville rijd ik kilometers verkeerd. Ik heb het idee dat ik de verloren kilometers zo snel mogelijk in moet halen.

Steeds weer probeer ik op reis te zijn, maar het landschap helpt niet echt mee. Oude en nieuwe industrie langs de Moezel, een vlakke weg langs de rivier met hier en daar een sluis of een brug. Dwars door het groen rijd ik Metz binnen. Het is half 3 en ik heb een berenhonger. John zit op het terras tegenover de kathedraal, even later schuift Yvonne ook aan. We eten heerlijke salade. Als we om half 5 weer op de fiets stappen blijkt de volgende camping nog 50 km verderop te zijn. We kiezen voor de camping municipal in Metz en laten de was van gisteren en vandaag natregenen terwijl we op een terras bij de opera een biertje drinken. In de avond vieren we de laatste dag van Johns levensjaar in een uitstekend Indiaas restaurant. We eten net iets te veel maar wel heel lekker.

Sierck la Bains – Metz

Afstand: 80,43 km

Gemiddelde snelheid: 17,3 km/u

Maximale snelheid: 30,22 km/u

Stijgen: 161 m

Dalen: 134 m

Totale afstand: 500,43 km

Op zoek naar evenwicht

14 augustus 2020 Plaats een reactie

Donderdag 13 augustus 2020

Tijdens ons etentje in Viandes heeft het op de camping gestortgeregend. De tent blijft zonder zon om te drogen kletsnat. Maar tijdens het onbijt dat John in het dorp heeft gehaald breekt de zon toch door en gaat alles droog de tas in. Het is een koele ochtend. Wolken beletten de zon echt voluit te schijnen, het scheelt wel 10 graden met gisteren. Dat is aan alles te merken, het tempo, het aantal pauzes en de zoektocht naar water. Pas na 40 km vullen we voor het eerst de bidons bij. We volgen een vlak pad langs de Oer. We fietsen door kleine boerendorpen. Onderweg ontmoeten we Andy, een fietser uit Wales die van plan is tenminste een jaar maar misschien ook wel langer te fietsen. Hij is vanaf Wales op weg naar Marokko en maakt zich vooral zorgen of hij na 1 januari het Verenigd Koninkrijk nog wel in komt. Een van de redenen om spijt te hebben van zijn leave-stem. Elke fietser heeft zijn eigen gewoonten. Andy kampeert wild, haalt water bij kerkhoven en eet het brood uit zijn tas. Onze pauzes op terrassen zijn hem te luxe, maar hij mag zonder iets te bestellen bij ons aan tafel schuiven. Maar hij deelt een universeel verlangen, dat naar gezelschap, en fietst een stuk met ons mee.

We ruilen de Oer in voor de Moezel die veel breder en dieper is. Zwanen laten zich statig met de stroom meevoeren. Het lijkt wel herfst, de bomen kleuren oranje en geel, soms rijden we door een regen van bladeren. Hoge bruggen over de rivier overbruggen het dal voor de auto’s, hier beneden is het stil. Bij Wasserbillig nemen we de pont naar de overkant. We kiezen een terras voor een goede lunch maar de keuken opent pas om 4 uur. Andy deelt zijn tomaten met ons. Na de lunch loopt de temperatuur weer op. Ik ondervind direct aan den lijve het verschil, het tempo van fietsen daalt, dat van drinken stijgt. We passeren de eerste wijngaard, de huizen worden groter en statiger. In elk dorp fietsen we door de Moselstrasse, ook al heeft het dorp maar één straat. Al snel zijn alle heuvels als een breiwerk bedekt met rijen wijnranken. Een stuwmeer laat als een volgelopen bad het water met in kleine golfjes over de rand klotsen. Aan de over grote wijnhuizen.

In Remich zoeken we opnieuw een terras, maar ook daar zijn we te vroeg, vanaf 6 uur is de keuken open. Onze teleurstelling moet zichtbaar zijn, de barvrouw komt ons pretzels brengen. Andy neemt afscheid en gaat op weg om zijn tent in een bos op te zetten.

Wij doen boodschappen in Schengen. De plaats waar we onze open grenzen aan danken is een heel klein stadje met een Lidl en een Norma. Wat zou de reden zijn dat alle regeringsleiders juist naar de plaats zijn gehaald. We vinden een kampeerplaats aan de Moezel, met uitzicht op een oud kasteel. Ook in dit dorp is geen restaurant open. We vinden nog een pizzakar voor een avondmaal.

We hebben nog geen goed gemeenschappelijk ritme gevonden voor de dag, met ochtend- en avondmensen met verschillende wensen en voorkeuren. We proberen een weg te vinden die voor ons allemaal past. Morgen vertrekken we vroeger om de hitte voor te zijn. In de avond ligt het kasteel er schitterend verlicht bij.

Statistieken:

Vianden – Sierck les Bains

Afstand: 92 km

Gemiddelde snelheid: 17,81 km/u

Maximale snelheid: 40,91 km/u

Fietstijd: 5.09

Stijgen: 246 m

Dalen: 290 m

Totale afstand: 420 km

Richting de onvoorspelbaarheid

12 augustus 2020 1 reactie

Woensdag 12 augustus 2020

De ochtend begint vroeg, de tent is nat van de dauw. Yvonne haalt opnieuw ontbijt, dit keer inclusief koffie voor John, die ze recht weet te houden in de klim en de afdaling vanaf de supermarkt. We starten de dag met een flinke afdaling, nog steeds op de vennbahn. We fietsen onder restanten van oude bruggen door, het is groen en stil. Als we na ruim 100 km de vennbahn verlaten verandert het landschap, voor ons liggen heuvels waarvan je niet weet of je ze over zult gaan of ze langszij zal passeren. Deze weg kiest niet de weg van de geleidelijkheid, niet de gestage klim, maar neemt wat op zijn pad komt. Deze onvoorspelbaarheid past me beter, de wegen die zich krullen rondom de heuvels in plaats van recht vooruit gaan, met steile klimmen en steile afdalingen die niet te voorspellen zijn omdat je niet ziet wat er na de bocht komt.

De eerste haarspeldbochten, in één klim overbruggen we de hoogte die we gisteren in een halve dag namen. Op kale benen torenen dunne hoge naaldbomen overal bovenuit. Een witte kerktoren lijkt nog boven ze uit gegroeid. De bomen naast de weg wortelen in diep groene mos. De weg is stil en wordt bijna alleen gebruikt door ons. Na ruim 200 m klimmen is het uitzicht fenomenaal. De windmolens in de verte hebben de lengte van lucifers. Telkens lijkt het alsof we er boven ons niets meer is en er alleen nog maar een afdaling kan volgen omdat het uitzicht zo vrij is en zo weids, maar steeds weet de weg zich nog hoger te wringen, nog verder omhoog. Een vriendelijke vrouw die haar uitbundige bloementuin verzorgt vult onze bidons met koud water. Na nog een flinke klim blijft het uitzicht open, alleen nog maar golvend landschap en een weg die zich ver voor ons uitstrekt. We fietsen door dorpen waar de kerken soms op het hoogste, soms juist op het laagste punt gebouwd zijn.

Op een terras drinken we koud water en eten we het taartje dat Yvonne vanochtend heeft gekocht, onder toeziend oog van de eigenaar. Op het ritme van de berichten van T-mobile passeren we steeds weer de grens tussen Duitsland en België. We vinden een idyllische lunchplek op stenen midden in de Oer, onze blote voeten in het water. Bij gebrek aan mineraalwater brengt Yvonne ons alcoholvrij bier. Naast ons dobberen kinderen in serene rust in de rivier en lezen volwassenen op een steen of op hun tuinstoel een boek. Een plek om volledig tot rust komen en te ontspannen. Waar iedereen blijft, fietsen wij na de lunch weer verder om verder te fietsen.

Vanaf nu dalen we alleen nog maar en suizen we Luxemburg in. We komen door Stolzembourg waar de geallieerden 96 dagen na de landing in Normandië voor het eerst Duitsland binnenkwamen. Langs de kant van de weg hoge rotsen, vlinderstruiken zijn een thuis voor horden kleurige vlinders. De Oer wordt steeds breder. De weg leidt auto’s omhoog maar ons pad brengt ons naar een houten bochtige lange brug die ons boven de oever van de rivier laat fietsen. Daarna een koel bos met de Oer die uitnodigt om erin te springen. Er zijn campings genoeg, en de tijd verstrijkt. Als boven op een heuvel een enorm kasteel torent zijn we in het sfeervolle Vianden, waar ook een camping is. We zetten er onze tenten op en koelen af in de rivier. In de avond fietsen we door een milde regen terug naar het stadje om daar copieus te eten. Een volle, heerlijke dag.

Statistieken:

St. Vith – Vianden

Afstand: 61,8 km

Gemiddelde snelheid: 16,74 km/u

Maximale snelheid: 51,36 km/u

Fietstijd: 3.41

Stijgen: 515 m

Dalen: 706 m

Totale afstand: 328 km

Categorieën:fietsen naar Basel

Het Keizer Karelpad

12 augustus 2020 3 reacties

Dinsdag 11 augustus 2020

Het geld voor de camping leggen we in de brievenbus want voor half 10 is de campingbaas nog niet aanwezig. Wij pakken de Vennbahn weer op waar elke halve kilometer op een bord staat aangegeven. De weg gaat in dezelfde lichte stijging van 2% omhoog. Een vlakke stuk voelt na 10 km aan als een afdaling en in een kalme afdaling ploegen nu de tegenliggers langzaam omhoog. Het oude spoor volgt een stuk de Keizer Karelweg, waarlangs hij vanaf d Dom een slinger van kerken stichtte. Maar wij zien alleen de velden want de spoorlijn zoekt de achterkant van de dorpe en biedt ons het uitzicht over het dal. We zijn op weg gegaan zonder ontbijt om na 20km in Monschau te brunchen. Dat haalt alleen Yvonne. Onderweg tref ik John op een oude bureaustoel naast het pad met een reep en ook ik red het niet op een volledig lege maag zonder mueslireep.

Monschau ligt onmiskenbaar in een dal. Over een steil grindpad denderen we naar beneden, de weg op, de prachtige oude stad vol vakwerkhuizen in. We parkeren onze fietsen aan de ruizende Rur en ontbijten op een terras met currywurst, schnitzel, fetasalade en veel koud water. De reling naast de Rur wordt een parkeerplaats voor Santos-fietsen, naast die van ons staan we nog wel drie.

Na nog een rondje door de oude stad volgen we de Rur, dwars door het bos. Het wordt hier rotsig, de weg slingert zich boven de rivier uit om zicht te bieden op plekken waar je uren met je voeten in het koude stromende water zou kunnen zitten. Maar wij fietsen door. We onderzoeken op het bospad het piepende geluid van de fiets van Yvonne waarvan beloofd was dat die volledig onderhoudsvrij zou zijn. Onze analyse leidt naar de versnelling, maar na een paar kilometer lijkt het nieuwe zadel meer waarschijnlijk. Als snel is het piepen verdwenen. Er zijn geen fietsenmakers aan ons verloren gegaan.

We pakken de Vennbahn weer op, de Rur slalomt onder bruggen om ons heen. Eikenbomen maken plaats voor naaldbomen. Het is hier stiller, geen station is meer omgebouwd tot café. Het enige vertier zijn de spoorfietsen bij een station. Gezinnen rijden er met auto’s naar toe, verveelde tieners kijken in het karretje op hun telefoon, vaders stropen hun t-shirt zo hoog mogelijk op tegen de warmte. Ons water raakt op. Na 30 km eindelijk een dorp met twee cafés. Opgelucht drink ik het laatste warme water dat ik had gespaard. Maar beide cafés zijn dicht, en ook alle andere in de buurt, meldt de Tourist Information, dit hele stadje is dicht op maandag en dinsdag. Gelukkig kunnen we onze bidons bijvullen op het toilet.

Nog 10 warme kilometers naar St. Vith. We draaien de Vennbahn af de Duitse fietsinfrastructuur op. Die is ten koste gegaan van de voetganger, we delen het trottoir met de wandelaar. Het fietspad zigzagt over woonerven naar een Biergarten. We hebben trek maar de belofte van de vriendelijke ober dat ze weliswaar een heel kleine kaart hebben maar dat het eten wel echt lekker is wordt niet echt ingelost. Maar we zitten hier goed en laten de kerkklok 18.00 uur slaan. Via de Delhaize fietsen we naar de camping met zwembad en restaurant. Zwemmen mag niet vanwege corona en ook dit restaurant is op maandag en dinsdag gesloten. Maar de vriendelijke bazin van de camping brengt ons koud bier uit haar eigen koelkast en liggend in het gras maken we van ons ontbijt een heerlijk diner. Om ons heen verlicht de bliksem de lucht, maar meer dan een stevige wind krijgen we niet te verduren. Ik slaap als een blok en voel in de ochtend voor het eerst sinds dagen de dauw op mijn tent.

Statistieken:

Roetgen – St. Vith

Afstand: 68,3

Gemiddelde snelheid: 16,38 km/u

Maximale snelheid: 37,02 km/u

Fietstijd: 4.10

Stijgen: 429 m

Dalen: 424 m

Totale afstand: 266,2

Categorieën:fietsen naar Basel

De stilte

11 augustus 2020 Plaats een reactie

Maandag  10 augustus 2020

We beginnen de dag in het rimpelloze stille meer, tussen gakkende eenden zwem ik uit de schaduw naar de snel klimmende zon. Om 10 uur zit de bagage weer in vier tassen op elke fiets en vertrekken we naar Wassenberg voor een ontbijt. Het geluk van koud water, brood en komkommer in de zon. Als we om 11.15 onze fietsen pakken is de dag al opgewarmd. We zijn op weg naar Aken, daar pakken we route die we gaan volgen op. De eerste tien kilometers gaan langs een drukke weg vol geraas van auto’s, stoplichten en hitte met als enige afleiding de verkiezingsposters van lokale politici aan de lantarenpalen. In Geilenkirchen zoeken we verkoeling op een schaduwrijk terras met koud water. De weg die daarna volgt is een verademing, stil, kronkelend langs de Wurm die omzoomd wordt door een uitbundige berm, in de verkoelende schaduw van bomen. De bomen hebben het overgenomen van het asfalt, met hun wortels groeven ze bergen en dalen op dit vlakke pad langs het water. De weg is zo stil dat het de moeite niet loont die te maken, de fiets schokt in het trage en bonkige ritme van onze schuddende tassen over de hoge wortels. We zijn in niemandsland, maar bordjes met Kerkrade 2km laten zien dat we scheren langs de grens. De dag wordt stil. Alleen onze wielen kraken gortdroge eikels en knisperen dorre blaadjes, spechten timmeren er op los. Na de Wurm komen we in een prachtig maar steil glooiend bos en voelt mijn hart de eerste klimmetjes.

Om half 4 rijden we Aken in. De stad houdt een brede middenbaan vrij voor fietsers. De Dom torent bescheiden wat boven de gebouwen. Na koud water en wat pruimen gaan we de Dom in, en die is weer fenomenaal. Ik brand er een kaarsje voor oma van de Ven. We lunchen laat met schnitzel en pasta op het plein, de zon is nog heet. Zonder goed te weten waarheen we gaan rijden onze lange schaduwen om 18.30 de stad weer uit, in elk geval weer op weg naar de stilte. Dat brengt de Vennbahn, een oude spoorlijn voor het vervoer van steenkool die nu alleen nog maar bestemd is voor wandelaars en fietsers. Het is een prachtige weg. Heel geleidelijk leidt een vriendelijk vals plat ons omhoog. De oude spoorbruggen geven een weids uitzicht over de dalen. Glanzende koeien in uitgestrekte weiden vol hooirollen. Oude boerderijen, dorpjes met fiere kerktorens. Hemelse zoete bramen langs het spoor.

Het is nog steeds bloedheet. Het koude water van de bron bij de Dom is al weer heet geworden. Ik giet het over mijn hoofd en mijn shirt, heel even brengt het verkoeling. We stoppen voor koud water en ijs bij oude stationsgebouwtjes die stuk voor stuk zijn omgebouwd tot gezellige cafétjes. We zouden op alle terrassen willen blijven zitten, maar de zon kleurt steeds roder. We moeten verder om nog een slaapplek te vinden. Onze schaduwen krimpen naast de fiets tot ze verdwijnen in de lampen van John en Yvonne. We weerstaan de verleiding om 10 km af te snijden en klimmen verder in het kalme stille tempo. Nog net voordat het donker wordt zetten we onze tenten op, de eigenaar van de camping is al vertrokken, maar als we morgen geld in de brievenbus gooien is alles prima. Na een ijskoude douche hangen we de was op in het aardedonker en eten nog wat noten uit de voorraadtas van John.

Statistieken:

Voldrop – Roetgen

Afstand: 90,2

Gemiddelde snelheid: 15,39 km/u

Maximale snelheid: 37,02 km/u

Fietstijd: 5.55

Stijgen: 632 m

Dalen: 246 m

Totale afstand: 197,9

Categorieën:fietsen naar Basel

De laatste afspraak

10 augustus 2020 2 reacties

Zondag 9 augustus 2020

Wil jij niet ook een nieuwe fiets, vroeg Yvonne twee maanden geleden stralend toen ze haar spiksplinternieuwe Santos liet zien. Het is een beetje raar om een nieuwe fiets te kopen als ik al heel lang niet meer op fietsvakantie ben geweest omdat ik het niet gezellig vind om alleen te gaan, zeg ik. Maar dan ga je toch met mij, is haar razendsnelle antwoord. Mijn antwoord is net zo snel, waarom niet? Een dag later is John aangehaakt, al tien jaar van plan om naar Rome te fietsen en ook aangestoken door het enthousiasme van Yvonne. Na twee vergaderingen hebben we een bestemming; eerst naar Basel, dan naar Nice. Of dat verstandig is in tijden van corona is de vraag, maar de zin in fietsen en het verlangen naar de bergen is zo groot dat we besluiten het er maar op te wagen. We gaan en passen ons wel aan als dat nodig is.

We beginnen onze reis als drie dominostenen. John vertrekt op vrijdag uit Leiden, Yvonne op zaterdag uit Zieuwent en mijn reis begint vandaag samen met John. Na een heerlijk verblijf bij Carolien in Veldhoven fietsen we langs herinneringen van vroeger, mijn afgebroken lagere school, een onherkenbaar verbouwd winkelcentrum, de vertrouwde Brabantse hei, de hut van Mie pils en als verrassing ook de Achelse kluis met een copieuze lunch. Het is broeierig wam maar de bossen brengen verkoeling. In het open veld hangt een eenzame wolk, te klein voor schaduw. We zijn telkens net te laat of net te vroeg voor de sproeiers voor het gewas, het stukje nat wegdek blijft droog als wij passeren. Ook de belofte aan regen van verdwaalde druppels wordt niet ingelost. Maar het plezier is groot, de vier tassen waarin alles zit wat ik nodig heb, de fiets die me brengt waar ik maar wil gaan.

We rijden over stoffige, stenige paden die stil zijn op het geraas van de snelweg in de verte na. Kilometers volgen we de Zuid Willemsvaart, een eindeloos recht kanaal. Na de troosteloze buitenwijken van Weert rijden we door het eeuwenoude Grathem met een watermolen en een kerk die in de loop der eeuwen op eclectische wijze is verbouwd. De koeltorens van de Clauscentrale in Maasbracht puffen traag hun warmte uit, hun stoom uit grote oren. Aalscholvers draaien hun nek vanaf lantarenpalen om ons onaangedaan te bekijken. Bij Linne worden enorme schepen in de sluizen omhoog gestuwd, dagjesmensen aanschouwen het spektakel met koelboxen, tafels en stoelen.

We zijn passanten op plaatsen waar alles hetzelfde blijft, hier vissen vrouwen aan het kanaal en drinken mannen op terrassen in aanloop naar de Formule 1. Op elk terras verandert de taal, zangeriger, als een lied met een steeds minder verstaanbare tekst. Overal is koud water en vetrekken we met volle flessen water. Langzaamaan wordt deze dag fietsen een reis. Ik fiets vandaag geen rondje maar een lijn. Ik weet mijn bestemming maar ken ‘m niet. Vandaag is de laatste dag met een afspraak voor de rest van de maand, ergens in de middag Yvonne ontmoeten op de camping Vlodorp. Mijn benen vinden als vanzelf hun ritme, mijn schouders vragen me te ontspannen. Na een laatste zandpad door de velden zetten we ons kamp op, nemen een verkoelende duik in het water voor onze tent en zien na een heerlijke curry langzaam de lucht roze kleuren. Vanaf nu hoeft er niets meer. Niets wacht meer op ons, wij hoeven alleen nog maar fietsen. Een eenvoudig ritme van elke dag een stukje reizen, steeds verder van huis.

Statistieken:

Veldhoven – Voldrop

Afstand: 107,7

Gemiddelde snelheid: 18,38 km/u

Maximale snelheid: 30,65 km/u

Fietstijd: 4:52

Stijgen: 94 m

Dalen: 64 m

Totale afstand: 107,7

Categorieën:fietsen naar Basel

Een willekeurig einde

26 februari 2017 Plaats een reactie

Vrijdag 24 februari 2017

Vanaf ons hotel fietsen we over een grote lange weg door het gewone leven van Sancti Spiritus, langs gewone winkels, tussen druk verkeer in alle soorten en maten. Ik zou alleen maar rechtdoor willen blijven fietsen, stoppen met nadenken over wat ik van plan was of wat ik heb afgesproken, wat er van me verwacht wordt. Nergens naar toe, alleen maar verder weg, of misschien wel dichterbij, mee met deze eindeloze stroom. Maar ik ben met een groep en fiets netjes achter de gids. Ook Sancti Spiritus heeft een plein met schaduwrijke bomen en een buste van Jose Marti, kleurige huizen en ronkende oldtimers.
De weg blijft druk als we de stad uitrijden, met zwart walmende auto’s die me in een klimmetje met veel geraas passeren. Vrachtwagen met in de laadruimte twee smalle deuren zijn bussen die niet bestemd zijn voor toeristen maar voor Cubanen. Die bussen zijn overvol, mensen staan in vier rijen dik op elkaar gepakt in de brandende zon, bij bushaltes blijven maar mensen in- en uitstappen.

In een klein dorp belanden we in een andere economie, als Mark betaalt met 10 CUC krijgt hij een paar honderd pesos terug. Ook al trakteert hij iedereen, het wisselgeld komt niet op, de hele voorraad cola, sinas en vruchtensap is op als wij weer verder gaan. Dit is het laatste stuk op de fiets. We zijn niet echt ergens naar op weg, we fietsen onze laatste kilometers. Bij een park dat door iedereen vergeten lijkt te zijn parkeert Daniel zijn bus en laden we de fietsen weer in, een willekeurig eindpunt van deze reis. Vanuit de bus kijk ik naar de eindeloze hoeveelheid kilometers die we niet fietsen, door vlak, droog land dat verandert in groen en heuvelachtig en weer terug, de zandpaden die uitkomen op de snelweg.
Daniel brengt ons naar de zee vlakbij Havanna, vanuit mijn kamer kijk ik op de golven, in bed hoor ik ze ruisen. De volgende dag een wit strand en een blauwgroene zee. Daniel, David en Wladimir krijgen een envelop met een fooi die hun schamele inkomen na 16 dagen fulltime werken moet compenseren. Ik vraag me af hoelang het Siempre dat het Viva la Revolucion vergezelt het blijft volhouden. Hoelang het duurt totdat het gevoel van onrechtvaardigheid, dat toch de basis was voor de Revolucion, wordt omgezet in echte vrijheid. Totdat de nostalgische ronkende roze en rode auto’s niet alleen voor ons, maar ook voor de Cubanen pure romantiek zijn geworden. Het lijkt mij dat het echte Cuba waar iedereen zo naar op zoek is toch vooral een Cuba in vrijheid is. Hasta la Cuba libre.

Statistieken:
Sancti Spiritus – Soroa
Afstand: 32,7 km
Gemiddelde snelheid: 19,12 km/u
Maximum snelheid: 37,36 km/u
Fietstijd: 1.42 u
Stijgen: 208 m
Dalen: 163 m
Totale afstand: 350,9

Categorieën:fietsen op Cuba Tags: