Archief

Archive for the ‘fietsen in Tanzania’ Category

De Finish

19 oktober 2015 1 reactie

Zaterdag 18 oktober 2015

De ochtend begint fris met een laatste duik in de bron. Voor we vertrekken zingt het A-team voor ons, ze klappen in hun handen, stampen met hun voeten. Ik begrijp dan nog niet dat ze ons een veilige reis wensen, dat ze ons bedanken voor de bruises op onze benen en armen. In een lange rij zwaaien ze ons uit voor onze laatste etappes. Het is een korte, ontspannen dag. We fietsen samen, de hele groep wacht geduldig tot elke lekke band geplakt is. We fietsen door het laatste mulle zand, de laatste kilometers over de kuilige wegen vol stenen. Dan de spoorlijn die we een week geleden passeerden, de weg die we overstaken. Per team fietsen we de finish over. Voor Marcel die jarig is vandaag is er gezang en taart.

In de middag wordt de cheque met het geld dat we hebben opgehaald overhandigd aan Rita Noronha van AMREF Tanzania. Cees vertelt over zijn ervaringen met Flying Doctors, toen Edmee en hij in Tanzania werkten als artsen, en de dokters invlogen voor operaties. Het werk is niet gedaan met deze cheque, zegt hij. Dit is een bijdrage aan belangrijk werk. Wij als fietsers hebben kunnen zien wat de impact is van projecten, levensreddend, kansengevend. Het gaat om verbinding en betrokkenheid met dit continent en alle individuen die er leven. En zo is het. Rita’s gezicht vertrekt als ze het bedrag op de cheque ziet: $ 550.000. Ze benadrukt hoe belangrijk het is om juist op de plaatsen waar nog geen water, gezondheidzorg of onderwijs is werk te doen, daar waar nog geen projecten zoals we die bezocht hebben worden uitgevoerd.

Mijn overtuiging dat onderwijs het allerbelangrijkste is, heeft een diepere lading gekregen. Zeker, aan onderwijs gaat water en gezondheidszorg vooraf. Ik vind het bijzonder dat AMREF, begonnen als organisatie die dokters een breder bereik wilde geven, naast de beschikbaarheid van gezondheidszorg ook investeren in water en onderwijs. Uiteraard heeft de beschikbaarheid van schoon water grote impact op de gezondheidszorg. Daarmee worden ziekten als cholera enorm gereduceerd. Dat geldt ook voor onderwijs: meer bewustwording zorgt voor betere zorg. Maar daarnaast zorgt het onderwijs ook zo voor ontwikkeling, van individuen, maar ook van een land, een continent. Dankzij de ontwikkeling van mensen als Rita, Charles, Peter, Kimani, worden schadelijke aspecten van tradities aangepakt, zoals de besnijdenis van meisjes. Uiteraard is het spannend wat ontwikkeling en vooruitgang betekent voor tradities en eigenheid.

Het was een bijzondere kennismaking met een bijzonder continent. Ik had het niet anders willen meemaken dan zo, (relatieve) inspanningen voor sponsoring en fietsen langs projecten, de mogelijkheid om met mensen te spreken. Ik hoop dat mijn kleine vriendinnen voor een uur, op de primary school, blijven leren, zich blijven ontwikkelen, en dat hun vrienden en vriendinnen, in hun klas, op hun school, op alle andere scholen, dat ook doen. Ik blijf AMREF van harte steunen om daar een kleine bijdrage aan te blijven leveren. Meandeleo: hoop, toekomst en ontwikkeling!

Statistieken:
Hot Spings Camp – Kia Lodge
Afstand: 20,2 km
Gemiddelde snelheid: 11,68 km/u
Maximum snelheid: 24,46 km/u
Fietstijd: 1.44 u
Stijgen: 72 m
Dalen: 2 m
Totale afstand: 367,7

Wildlife

Vrijdag 16 oktober 2015

De Afrikaanse savanne is stil en leeg. In een zwijgende sliert fietsen we door het droge landschap met lage stekelige struiken, achter de parasol-achtige bomen de bergen. Het zand knerpt onder 160 brede banden. Een van de Jeeps staat in de berm: de chauffeur heeft giraffen gespot. We turen tussen de bomen, en warempel: lange nekken torenen boven de toppen uit. Ze zijn ver weg, we worden nieuwsgierig, de stekels op de grond ten spijt fietsen we op ze af. Dat is bijna magisch, langzaam slalommend tussen de struiken worden ze groter en groter. Wat een imposante, sierlijke dieren. Door de verrekijker van Harald zie ik de kleur van hun vacht en de pluimen op hun oren. Daar rechts ook nog een hele kudde zebra’s. Ze zijn onweerstaanbaar, we blijven maar door fietsen. Ze beschouwen ons eerst nog wat onaangedaan, maar als we echt te dicht bij komen galopperen de giraffen met hun lange benen van ons vandaan, als in een houterige dans. De zebra’s snellen met ze mee, ze stellen hier hun eigen grens. Verwonderd fiets ik weer terug naar de weg, waar wat verderop in een cactusboom kleine aapjes nieuwsgierig de fietsers bekijken.

Na het plakken van wat banden die gesneuveld zijn tussen te stekels fietsen we naar de arstrip waar een vliegtuigje van Flying Doctors staat. In de jaren ’50 is AMREF begonnen om de bereikbaarheid van gezondheidszorg te vergroten. Twee Flying Doctors vliegen met de zeven mensen die het meeste sponsorgeld hebben opgehaald over de omgeving.

Het is een warme dag, we rijden vanuit de savanne over steeds bredere paden. Het pad wordt asfalt, de hutten worden huizen, het verkeer wordt drukker. Net voor de middag belanden we in de gezellige chaos van lawaai, winkels en cafés. Het vertier bevalt ons, op een stoepje drinken we water en cola. Na de lunch volgt een lange snelle afdaling over een asfaltweg, 20 kilometer jaagt het naar beneden. Het is een middag van fietsen, in deze kilometers maken we vooral tempo om kilometers af te leggen. Als we een drukke weg zijn overgestoken belanden we plotseling weer in volkomen leegte, een zandvlakte met mulle zandpaden vol kuilen. De pijlen van witte kalk wijzen een wonderlijke weg vol bochten door het niets. Deze weg lijkt nergens heen te gaan, de kilometers tellen maar door, tot we ineens een oase binnenfietsen. Het is nog vroeg, bezweet plonzen we in de koele groene bron omzoomd door gevlochten boomwortels. De hele middag wordt er gedoken en gesprongen vanaf de hoge boomtakken.Tussen de palmbomen door zwem ik door de smalle kreek naar een volgende poel. Het is hier paradijselijk.

Iedere dag weer zijn op een fantastische locatie onze tenten opgezet en drinken we een koud biertje aan een tafel ook al was er een paar uur voor we aankwamen nog niets op die plek. We kunnen douchen in tenten waarvoor altijd voldoende water wordt meegenomen, we eten vorstelijk en praten na aan een kampvuur. Elke ochtend staat er een ontbijt klaar, wij hoeven alleen maar te fietsen. Overdag passeert de karavaan met alle supplies ons, de voorste wagen kalkt de pijlen voor ons op de weg, in de achterste wagen vervoert Jasper alles wat nodig is om je fiets te repareren, en, als dat niet meer mogelijk is, een reserve fiets. Als de wegen te druk zijn is er politie geregeld om het verkeer tegen te houden voor een veilige oversteek. We fietsen als prinsen en prinsessen door dit prachtige en arme land. Het A-team van Ake die dit alles mogelijk maakt krijgen na de foto’s en de film van de dag een groots applaus. De sfeer is uitgelaten, in de warme nacht wordt er gedanst op muziek die meekwam uit Nederland.

Statistieken:
Olpopongi- Hot Spings Camp
Afstand: 68,2 km
Gemiddelde snelheid: 15,30 km/u
Maximum snelheid: 51,88 km/u
Fietstijd: 4.27 u
Stijgen: 186 m
Dalen: 525 m
Totale afstand: 347,5

Lekker intervallen op de Kili

Donderdag 15 oktober 2015
De vlakte die gisteravond langzaam in de duisternis verdween komt in de vroege ochtend terug. De zon zet langzaam de bergen aan de einder weer neer, de bomen worden weer groen. Na een half uur staat de Kilimanjaro in het helderblauw, een dunne ring van wolken maakt hem een UFO.

We hebben een luie ochtend na de zonsopgang, opgeluisterd door brieven die we van thuis krijgen. De afstand tussen hier en thuis is groot en klein. Klein, door de selfies en de brieven die we kregen en omdat we weten dat elke dag de filmpjes worden bekeken, en groot, omdat hier zo anders is dan daar. Ik heb mijn telefoon nog niet aangehad, nog niet gezocht naar wifi, misschien wel omdat ik aan alles wat ik zie en meemaak het ontbreken van infrastructuur zo ervaar. Ik denk aan de wat teleurgestelde constatering dat toch voornamelijk Westerse al afgestudeerden gebruik maken van het online onderwijs dat wereldwijd gratis beschikbaar komt. Ik begrijp wel dat er hier niet veel mensen MOOCs over watermanagement of zonne-energie volgen. Er is simpelweg geen infrastructuur.

De wereld is klein geworden, we moeten mensen opleiden die zich staande kunnen houden in deze geglobaliseerde wereld, maar als ik hier ben vraag ik me af wat globalisering is. Is er sprake van uitwisseling als wij zo door het land suizen? Of is dat niet te verwachten van zo’n reis? Ik denk aan wat Corrie me schreef in haar brief die ik vanochtend kreeg, dat het contact met de locals toch het meest bijzonder is. Maar hoe geef je daar vorm aan? Of zijn we toch vooral lekker aan het intervallen op de Kili, over een geweldige track, of dat nu ook de weg is voor brommers, auto’s, bussen en vrachtwagens of niet? Want de omgeving is ook vandaag weer fantastisch.

We klimmen en dalen over stenige wegen. Klaas leert me dat een vrije fiets een blije fiets is, en dat maakt de afdalingen ontspannen. We stoppen bij het kantoor van de Wildlife Corridor. Het geld dat verdiend wordt met het park en de jacht wordt geïnvesteerd in onderwijs en watervoorzieningen. Wat me opvalt is dat alle winst van projecten in de gemeenschap wordt geïnvesteerd, en niet ten goede komt aan een individu. Het wordt steeds groener, ik zie voor het eerst een tractor, een uur later nog een. Alsof het normaal wordt die enorme imposante berg met de besneeuwde top tegen de strakblauwe lucht. We zien springbokken en antilopen. Het pad wordt smaller, de passeren kleine Masai-dorpen, in de omgeving worden kudden geiten gehoed. Op hun achterpoten eten ze het groen uit de doornige struiken.

Ik ga langzamer fietsen want veel te snel nadert het eindpunt van deze tocht. Langs de kant van de weg ontmoet ik een Masai jongen die zijn kudde geiten hoedt. Ik geef hem water uit mijn bidon. Onze tenten zijn opgezet in een Masai-dorp, we worden verwelkomd door mannen en vrouwen die ons zingend en springend begroeten, de mannen springen wel een meter hoog.

Aan tafel in het dorp schuift Kimani, het hoofd van dit dorp, schuift bij ons aan. Dit dorp is speciaal gebouwd om toeristen te herbergen. Ook hier weer wordt het geld dat er wordt verdiend geïnvesteerd in water en onderwijs. Er is een secondary school gebouwd; kinderen die met succes primary school afronden maar geen geld hebben voor hun vervolgopleiding, kunnen dankzij de inkomsten toch naar school. Kimani vertelt over de tradities van Masai, die hij in ere wil houden, behalve de meisjesbesnijdenis. Hij is zelf goed opgeleid. Zijn vader verkocht voor zijn oudste zoon 14 jaar lang jaarlijks zeven koeien om zijn opleiding te betalen. De mannen die oproepen tot verandering, Charles, Peter, Kimani, zijn stuk voor stuk goed opgeleid. En ze geloven dat er echt wat gaat veranderen. Sinds Nyerere het Swahili heeft ingevoerd is er veel meer communicatie tussen de verschillende stammen die allemaal verschillende talen hebben, wat die verandering versnelt.

In dit dorp is er koud bier, witte en rode wijn, en een winkel voor met souvenirs. Er worden twee geiten geslacht die aan stokken bij het vuur geroosterd worden. Op deze manier worden de echte dorpen met rust gelaten, en worden er inkomsten gegenereerd water, gezondheidszorg en onderwijs. We delen onze wijn met Joseph, die vanuit een Masai-dorp naar de stad Arusha is verhuisd. Hij heeft geen koeien meer, dus is arm, lacht hij. Hij zou wel een tweede vrouw willen, maar zijn eerste vrouw is Christen, en aangezien de eerste vrouw de tweede uitkiest, zit het er voor hem niet in. Vind je dat jammer, vraag ik hem. Natuurlijk, antwoordt hij, verbaasd om deze vraag.

Statistieken:
Wildlife Corridor Camp – Olpopongi
Afstand: 56,2 km
Gemiddelde snelheid: 13,69 km/u
Maximum snelheid: 43,79 km/u
Fietstijd: 4.05 u
Stijgen: 576 m
Dalen: 932 m
Totale afstand: 279,3

Maendeleo

Woensdag 14 oktober 2015

Om vijf uur staan we op om een aantal project in Kenia te bezoeken. We nemen met de bus de asfaltweg naar beneden. In het helderblauw ligt de Kilimanjaro naast een minstens zo imposante maar minder bekende berg. Ik ben niet de enige die dit uitzicht tijdens de klim gisteren volledig is ontgaan, te geconcentreerd bezig met stijgen. Al snel zijn we bij de Keniaanse grens, een oud ijzeren hek over de weg, een grenskantoor in Tanzania en een in Kenia. Hoewel onze komst aan de grens vijf maal is aangekondigd duurt het bijna drie uur voordat alle visa gecheckt zijn en iedereen als een rite de passage voorbij het hek mag lopen.

Vlak na de grens stopt het asfalt, en deinen we met trillende ramen naar een primary school. We worden opgewacht door 900 zingende en dansende kinderen. Dankzij AMREF zijn er toiletten op die school, is er een ruimte met een (oude) computer, is er water en geven vrouwen die voorheen verantwoordelijk waren voor de besnijdenis van meisjes les op school. Na toespraken van iedereen die er iets toe doet vertelt Peter, een indrukwekkende man, over zijn werk. Er is veel weerstand bij de overheid en de kerk om te spreken over seksualiteit, maar tegen de stroom in verzorgen zij voorlichting. Langzaamaan begint ook de overheid bij te draaien. De kracht van de beweging. Een groep meisjes declameert een indrukwekkend gedicht over hoe het hun grootmoeder ging, hun moeder, over ziekte en dood door Aids, en roepen ze op tot verandering. Ik vind het een ontroerende oproep, die me raakt. Deze meisjes leren zingen: bij ons houdt het op. Bij ons begint de verandering. Wat is onderwijs toch ongelooflijk belangrijk. Na de toespraken wordt er gevoetbald met een team jongens die glansrijk van de fietsers winnen, en kunnen we de school bekijken. Ik voel me wat verloren, want groot en wit en rijk en kansrijk. Dan voel ik een hand in de mijne, en nog een in mijn andere. Vier twaalfjarige meisjes leiden me rond, laten me hun klas zien, hun boeken en schriften, stellen me voor aan hun leraar, laten het lokaal zien met de computer, en bijzonder trots ook de wc’s. We laten elkaar niet meer los, deze meisjes met blauwe wollen truien en blauwe doekjes in hun haar. Ik loop hand in hand met Meandeleo, vooruitgang. Hun leraar moedigt ze aan, als ze goed hun best doen, kunnen ze ook naar de universiteit. Hun gezichten glimmen. Na veel dans en zang op het voetbalveld gaan we weer de bus in, op weg naar een waterproject van AMREF. Een comité met gender balance, acht mannen en acht vrouwen, beheren het waterpunt dat in 2010 gebouwd werd. Water is leven, zo zeggen ze het hier. Geef je iemand water, dan geef je hem leven. Een vrouw vertelt hoe ze voor die tijd met haar kind op haar buik en een ton op haar rug kilometers liep om water te halen. Nu is 45% van de bevolking in de omgeving aangesloten op water. Dat betekent heel simpel toegang tot onderwijs: als je niet vier uur per dag hoeft te lopen voor water, kan je naar school. Fantastisch en ongelooflijk, in 2015 pas toegang tot water.

We deinen terug naar de grens in de bus, terug naar de fietsen. Om twee uur dalen we af vanaf het kamp, het gaat kilometers over asfalt. Als ik alleen naar rechts en naar voren zou kijken zou ik me wanen op een Europese berg, vol naaldbomen. Maar als ik naar links kijk zie ik de eindeloze lege vlakte met aan de einder de bergen. Zo’n uitgestrekte leegte zag ik nog nooit. Dan houdt opeens vanuit het niets het asfalt op, en suizen we omlaag over keien en zand, recht op de vlakte af. Onverminderd enthousiast worden we toegeschreeuwd vanaf de kant van de weg, in suizende vaart moet ik afremmen voor koeien, of jongens die me dansend opwachten midden op de weg. Een oude vrouw holt mee, ze houdt me lang bij, een jongen holt ons straal voorbij. Een vrolijke jongen op een Bongersachtige fiets klimt lachend met mee mee. Als ik de afdaling inzet bedenk ik me dat hij dat niet kan, in zo’n vaart naar beneden. Maar ik heb het mis, met een grote grijns haalt hij me in. Marijke gaat onderuit in een bocht, Daktari Cees hecht haar arm met de hechtset uit de koffer van Arjan. Na een laatste klimmetje draaien we een smal pad op dat uitkomt op een kamp met een spectaculair uitzicht over de vlakte.

Statistieken:
Snowcap Camp – Wildlife Corridor Camp
Afstand: 35,1 km
Gemiddelde snelheid: 15,97 km/u
Maximum snelheid: 59,51 km/u
Fietstijd: 2.11 u
Stijgen: 415 m
Dalen: 749 m
Totale afstand: 223,2

Infrastructuur

Dinsdag 13 oktober
De mountainbike routes in Nederland worden aangelegd met een klein graafwagentje dat een spoort trekt met zoveel mogelijk bochten, kuilen, hobbels en boomwortels. Want dat maakt het mountainbiken leuk. De fietsers rijden er met hun auto’s met fietsenrek over de asfaltweg naar toe. Na afloop wat drinken in het cafe bij de start. Ook de weg die we hier fietsen is bijzonder geschikt voor mountainbikers. Misschien voor sommigen iets te breed, hoewel er maar twee diepe sporen lopen voor autobanden, kunnen best twee auto’s elkaar passeren. Maar er zijn stenen, kuilen en hobbels genoeg. Alleen is dit een groot deel van de infrastructuur van het land. Weinig aansluitingen op water, een digitale infrastructuur is nog ver weg.

Vandaag gaan we de gestaag de weg omhoog die we gisteren af denderden. Bavianen lopen loom de weg over, zittend peinzend in een boom, of lopend in een traag tempo naar een soortgenoot. Na nog geen twee kilometer heb ik een lekke band. Gelukkig zijn Klaas en Martijn nog achter me. De weg omhoog is magnifiek, met uitzicht op de besneeuwde top van de Kilimanjaro, en een wonderlijke combinatie van kaal en groen overal om ons heen. De aarde is minder droog dan gisteren, en wordt na een paar kilometers zelfs kleiig. In de zon die al staat te branden ploegen mannen en vrouwen met hun houwelen de aarde om, opkijkend naar de stoet fietsers die voorbij komt. Na een klim volgt een prachtige afdaling, over een brede vlakke weg scheren we naar beneden. Vandaag is een dag van klimmen. Tijdens onze eerste stop krijgen we een handvol pinda’s en een banaan voor de energie. De aarde stooft in de zon, de schaarse schaduwplekken langs de weg zijn te herkennen aan het groepje fietsers dat zich daar heeft verzameld. Tijdens de lunch zingt team Rai Nederlandse liedjes met de schoolkinderen die zich verzameld hebben op het pad, nieuwsgierig naar de bonte stoet fietsers.

Na de lunch gaat het verder in de hitte over een weg die grens met Kenia vormt. We stoppen bij kleine barretjes. Kinderen vergapen zich aan de fietsen, en kraaien van plezier als ze, aangemoedigd door Marion, in de toeter aan de tandem van Frank en Inge durven knijpen. Een Masai man leert me de woorden voor oude vrouw en oude man, die, als hij mijn leeftijd hoort beslist ook op mij van toepassing zijn. Het zandpad komt uit op een asfaltweg. Meteen is duidelijk wat infrastructuur doet: drukte, handel, verkeer. Een totaal andere sfeer. In colonne fietsen we over weg, achter ons rijdt de bus om ons te beschermen tegen roekeloos rijgedrag van achterop komend verkeer. Ik rijd naar boven met Jannie in een gestaag tempo. We passeren ezelkarren die nog net iets langzamer gaan dan de zwoegende fietser omhoog. Jannie houdt haar tempo vol, ik stop af en toe met Martijn en Elroy om op adem te komen, en even uit de zon te zijn. Het klimmen is zwaar. Na het asfalt volgt nog een kilometer omhoog over een zandpad. In de verte hoor ik al het gejuich waarmee de fietsers worden binnengehaald. Dat is er ook voor mij, als glimmend van tevredenheid ga ik op de foto na deze prachtige tocht. ’s Avonds komt Charles Leshore op bezoek, een visionaire Masai die omdat hij slecht was in het hoeden van geiten voor straf naar school werd gestuurd, ging studeren en verloskundige werd. Hij werkt voor AMREF aan het vormgeven van alternatieve rites voor de besnijdenis van meisjes. Ze zijn daarin vooral succesvol omdat ze de belangrijke en levendige tradities van de Masai respecteren, niet willen afschaffen maar veranderen. De tegenstand tegen het afschaffen van de besnijdenis komt vooral van vrouwen die daarvoor betaald kregen. Zij krijgen nu een rol bij de verloskunde en kraamzorg. Omdat meisjes nu na het ritueel niet meer direct een kind hoeven te krijgen, gaan ze langer naar school. Masai beginnen er dankzij de inspanningen van AMREF van overtuigd te raken dat meisjes die naar school gaan en studeren meer koeien waard zijn. De dochters van een belangrijk stamhoofd die een auto voor hun vader kochten nadat ze in de Verenigde Staten hadden gestudeerd spelen daarbij een belangrijke rol. Inmiddels hebben 8.000 meisjes een alternatief ritueel ondergaan, een nieuw begin voor een nieuwe generatie. Wat een geweldige pionier, deze Charles, wat een innovator. Na zijn verhaal volgt het ritueel van de avond, het vertonen van de meesterlijke filmpjes die Chilo en Jeroen van de dag maakten, en de foto’s van Arthur.

Statistieken:
Lake Chala – Snowcap Camp
Afstand: 61,8 km
Gemiddelde snelheid: 11,21 km/u
Maximum snelheid: 42,08 km/u
Fietstijd: 5.30 u
Stijgen: 1316 m
Dalen: 310 m
Totale afstand: 188,1

 

Het stof der aarde

Maandag 12 oktober 2015

Het water van Lake Chala is rimpelig groen. Het wordt omzoomd door rotsen waar groene bomen met hun wortels in grijpen. Daarachter ligt een kale uitgestekte vlakte in groen, geel en rood. Her en der liggen er bergen als vreemde obstakels. De zon speelt een fascinerend spel met deze kleuren. De bergen zijn afwisselend van goud en van oranje. De aarde kleurt in eindeloze tinten groen en goud en rood. Zover als ik kan kijken is er geen leven te bekennen, behalve onder het rieten dak dicht om mij heen waar tachtig fietsers ontdekken dat ze bijna buren zijn, dat hun oma bij hun medefietser in de straat woont, dat ze sporten op dezelfde sportschool, eten in hetzelfde buurtcafe en dat hun kinderen hockeyen op dezelfde club.
Onverbiddelijk rukt een regenbui op, die zorgt voor lange slierige sluiers om delen van de vlakte, totdat alles om ons heen verdwijnt in het grijs. Langzaam keert het landschap weer terug komt, dat zich schemerend opmaakt voor de nacht.

De weg hier naar toe was stoffig. Stof in alle tinten rood en grijs kleurde alle fietsers bruin en zwart. We vertrekken in de ochtend met een schitterend zicht op de Kilimanjaro. De weg is mul, maar niet mul genoeg om onbegaanbaar te zijn. De karavaan fietsers wordt opgehouden door kudden koeien en geiten. Af en toe verliest iemand zijn evenwicht. Het witte shirt van Martijn kleurt zwart na zijn zachte landing in het stof.

Auto’s en brommers laten grote stofwolken achter die het zicht op de fietser voor je benemen. Bijna in stilte fietsen we achter elkaar, kalm, in eenzelfde tempo, door rijstvelden en bananenplantages. We stoppen bij een plek waar twee vrouwen het kaf van het koren scheiden door bonen uit een ton boven hun hoofd op het doek onder hen te schudden, de bonen vallen recht naar beneden, de blaadjes en vliesjes verwaaien. Onvermoeibaar schudden ze door, terwijl om hen heen groepjes fietsers op de foto gaan in t-shirts van hun sponsors.

Bij een volgende stop maakt een groep mannen en vrouwen besmuikt foto’s van ons met hun mobiele telefoon die ze giechelend aan elkaar laten zien. Als ze voldoende moed verzameld hebben zetten ze een van hen tussen ons in.

Het landschap verandert, van kaal en stoffig naar groen en stoffig. De aarde kleurt steeds donkerder rood. De weg is vaak als de bodem van een droge rivier, met richels en scheuren, oneffen en bezaaid met stenen. Maar de fiets met veren rijdt er gemakkelijk over heen. Na de middag begint een klim die zorgt voor een schitterend uitzicht over het dal, en links de Kilimanjaro. In de dorpen worden we onverminderd enthousiast begroet, kinderen, mannen, vrouwen, staand langs de weg, vanaf hun volgepakte brommers, uit auto’s en bussen die met touwen zijn dichtgeknoopt zwaaien en roepen ze, jambo jambo, en wij roepen en zwaaien terug.

We worden onderweg zorgvuldig geteld, we vervolgen de weg pas weer als we compleet zijn. Dan zet een lange schitterende afdaling in, ik begrijp nu wat ze bedoelden toen ze zeiden dat we over wasbord zouden rijden. In volle vaart denderen we naar beneden over een smal spoor, bijna slingert de deining me van de fiets. Bij ons kamp wacht alleen nog maar verwondering over het uitzicht. Op een groot doek zien we ’s avonds onze belevenissen terug op foto en film.
Statistieken:

Statistieken:
Mountain Inn Camp – Lake Chala
Afstand: 73,1 km
Gemiddelde snelheid: 13,87 km/u
Maximum snelheid: 43,24 km/u
Fietstijd: 5.41 u
Stijgen: 532 m
Dalen: 398 m
Totale afstand: 126,3

De piramide van Maslov

Zondag 11 oktober 2015

Pas in de ochtend zie ik hoe Tanzania eruit ziet. In de rij voor de douane staat slechts een lange rij blanken met grote koffers. Eenmaal toegelaten rijden we over een aardedonkere weg naar de Kia Lodge bij Mount Kilimanjaro. De sterren fonkelden, ik zag nog niet of ze in een andere formatie schijnen dan achter in mijn tuin, want ik ben moe van de reis. ’s Ochtends zoeken tachtig mensen hun kartonnen dozen en bouwen van ingepakte frames en wielen een fiets. Cees zet mijn fiets in elkaar terwijl ik goedkeurend toe kijk. We fietsen in Tanzania omdat het in Kenia te onveilig is. Het evenement wordt daarom omgedoopt tot de Africa Classic. Na een ceremonie met ambassadeurs die trots zijn dat hun land veilig genoeg is voor deze tocht en een koor dat hun liefde voor het land bezingt gaan we van start, over wegen waarop het stof niet bedwongen wordt onder asfalt maar gretig opwaait onder onze banden. Het landschap is leeg en droog. Mijn ogen moeten wennen aan wat ze zien, het duurt even voordat ik in de vormen op het land lemen hutten onderscheid. De eerste lekke band is voor Harald, hij heeft hulp, wij fietsen door. Na een grote kudde geiten verschijnen ook mensen langs de weg die ons afwisselend afwachtend aanzien of uitbundig begroeten. Het lijkt een poster, mensen in gekleurde gewaden, leunend op een houten stok. De Masai-vrouwen lopen over de dorre vlakte met lege plastic tonnen op hun hoofd, op weg naar een waterpunt. De aarde verandert van kleur, van stoffig grijs naar stoffig rood. Het wordt minder weids en kaal. Het wordt drukker, rijen kinderen roepen nu vrolijk langs de kant van de weg, zwaaiend, ze kletsen kraaiend hun handen tegen die van ons. We stoppen in een dorp waar we op een plein vol vrolijke muziek een attractie zijn voor elkaar, de mensen uit het dorp en wij passerende fietser. Met zijn vijven zitten we op een stoepje, Klaas, Cees, Martijn, Marion en ik, bekeken door het halve dorp. Vriendelijk lachen we naar elkaar, de fietsers en de bewoners, we zwaaien en herhalen eindeloos het woord Jambo. Hallo, hallo, meer is er niet nodig om wederzijdse vriendelijkheid te uiten. Giechelend bekijken de gesluierde meisjes onze korte broeken en benen die grijs zijn van het stof.

We lunchen bij een grensovergang van een suikerplantage. De douanier viert vanaf zijn stoel het touw in zijn hand precies zo ver dat de brommers met kisten vol geitjes achterop of toeterende bussen de slagboom kunnen passeren, hij hoeft niet om te kijken om het verkeer achter hem perfect te bedienen. Maak geen bedelaars van deze mensen, maant de organisatie. Geef de kinderen geen spullen, geen geld, want de volgende keer dat er iemand langs komt zullen ze hun hand ophouden.

Na de lunch drijft de zon de temperatuur op. We fietsen over aan asfaltweg die overgaat in een mountainbike-parcour vol grind: werk aan de weg. Met Klaas fiets ik net iets te hard, ik heb het te warm en nergens is verkoeling. Bij het waterproject dat we bezoeken zoek ik de schaduw. Het is een mooi project, men vroeg de Duitse bierbrouwer in Moshi of ze een watervoorziening wilden aanleggen, lang niet iedereen is aangesloten op het waternet. Met AMREF als partner bouwde de brouwer het waterpunt, waar mensen een liter water voor een shilling kunnen halen. Er gaan tweeduizend shillings in een euro. Niet gratis is beter dan gratis. Er is water voor 28 duizend mensen, in de omgeving worden mensen opgeleid voor het onderhoud. Ik voel een afdaling in de piramide van Maslov. Niet in mezelf. Ik krijg ’s ochtends schoon water uit een ton dat ik naar chloor vind smaken dus ik koop water uit een fles, mij wordt afgeraden om te drinken uit dit waterpunt, al weet ik niet waarom. Maar ik voel het overal om me heen, dichtbij en heel veraf, vanaf een nieuwe fiets met vering, gps en een helm op mijn hoofd en een bus die volgt met een vegetarische lunchbox voor degenen die dat zo willen.

Het laatste stuk is feestelijk en gaat in een lange stofrode sliert door levendige bebouwing, niet meer van leem van van steen. Alleen maar uitbundige vrolijkheid langs de weg. Een rechthoek van keien markeert waar het rode stof een graf is geworden en waar niet. We draaien het besloten terrein van een logde op waar de tuin vol staat met tenten voor ons, onze fietsen worden bewaakt. Ik douche het stof van me af en zwem nog even in het zwembad. Op het terras de inventieve verhalen van mensen hoe ze hun sponsorgeld bij elkaar hebben gekregen en gesprekken over wie we zijn en waar we vandaan komen. Even zijn we weer in een blanke cocon, met een bar en een sauna in de top van de piramide van Maslov, waar wifi en batterylife de vertrouwde eerste levensbehoefte zijn.
Statistieken:

Kia Lodge – Mountain Inn Camp
Afstand: 53,2 km
Gemiddelde snelheid: 13,38 km/u
Maximum snelheid: 27,32 km/u
Fietstijd: 5.40 u
Stijgen: 192 m
Dalen: 216 m
Totale afstand: 53,2