Archief

Archive for the ‘Fietsen naar Rome’ Category

De helden

2 juli 2011

De allerlaatste dag van deze tocht, met Rome op een steenworp afstand. Ik ben uit mijn ritme, word pas om half 8 wakker en heb geen zin om uit bed te komen. Rome trekt maar het einde van de reis niet. Tijdens het ontbijt vliegen de gesprekken alle kanten uit en ineens is het 10 uur, alsof we vergeten dat we zouden gaan fietsen. Langs de Tiber loopt een fietspad dat ons in twee uur naar het Sint Pietersplein brengt, maar wij kiezen voor de weg met weerstand. Ik had me geen voorstelling van deze laatste dagen gemaakt, en zeker niet van een laatste dag met een berg die alle zweet, alle kracht en alle doorzettingsvermogen van me vraagt. Maar dat kan ie krijgen. Verover me maar, brult Rome achter deze gulzig berg. Ik brul terug. De stad is nu een magneet waar ik naar toe word getrokken. Vandaag gaat het om het arriveren, niet meer om onderweg zijn. Ik laat het landschap voor wat het is. Ik vecht met de berg. Ik vecht met de weg. Alweer de verkeerde weg, nu dender ik met een noodgang veel te lang naar beneden. Dat moet weer omhoog. Zelfs met 3,7 km per uur kan je dus fietsen. Gelukkig houdt Maarten zijn hoofd erbij, trefzeker kiest hij het pad. In Sacrofano vinden we het allermooiste terras van heel Italië. Ik word op slag verliefd op de eigenaar, die me een bord met ham en gekruide ribbetjes voorzet. De jongens eten het met smaak. De eigenaar geeft me een tour door het restaurant en leidt me door de Middeleeuwse kelders, terrassen, trappetjes op en af, hoekjes en kamertjes door, alles in de loop der eeuwen kriskras aan elkaar gebouwd. Op het balkon een fontein uit de tweede eeuw. Over een plank boven het trapgat de vellen pasta. Aan het open vuur in de keuken roostert de kok de ribbetjes. Wat een fenomenale plek. Als we weggaan stopt hij me een tas in de hand, een eigen gebakken koek, want hij vindt me wat te mager. Als Rome niet zou roepen zou ik hier blijven wonen.
Na een laatste klim geeft de berg me dan eindelijk een duwtje in mijn rug. Va bene. Na alles wat achter me ligt hoef ik niets meer te doen, de laatste kilometers gaan vanzelf. Het wordt steeds drukker, auto’s die ongeduldig rijden, billboards, rotzooi. Na een maand in de natuur jaag ik nu over drukke wegen, nog maar 20 kilometer, nog maar 10. In de verte de stad, die eerst nog elke stad zou kunnen zijn, maar met het silhouet van de Sint Pieter echt Rome wordt. Langs bruggen en kerken zeilen we zo het centrum in. Ik voel me glorieus. Om klokke drie fietsen de drie ridders luid bellend naast elkaar het plein op, waar raar genoeg niemand anders dan wij juicht om dit moment. Toezichthouders snellen toe, niet fietsen op het plein. We vragen Amerikanen, Turken, Italianen foto’s van ons te maken, en iedereen wil ook met ons op de foto als ze horen dat we vanaf Nederland zijn komen fietsen. Ineens zijn we toch een beetje de helden die we ons voelen zijn. We fietsen stiekem toch een ererondje, drinken op een terras flessen champagne en eten de koek van Sacrofano. We bellen Rob, die hier ook bij had moeten zijn. Morgen gooi ik voor hem een muntje in de Trevi fontein. We zijn er, midden in de stad, op onze eigen fiets. Dit is euforie. En wat heerlijk om dat zo met mijn fietsbroeders te kunnen vieren. Maarten gaat naar zijn hotel, en ik heb geen zin om weer kilometers terug te rijden naar een camping. Ik wil midden in deze stad zijn. Fietsend slinger ik met Tjeu door de stad waar de eeuwen langs de kant van de weg zijn blijven liggen, het Forum Romanum, het Colloseum. Ik hoef nergens te stoppen, alleen maar langzaam slenterfietsen, kijken en genieten. Deze stad valt niet in slaap. Deze stad blijft warm. Wat een enorme drukte, wat een leven. Rome is subliem na een sublieme tocht er naar toe. Op een trapje bij een fontein spelen twee jongens gitaar. Pas als ik echt mijn ogen niet meer kan open houden fiets ik er op mijn eigen fiets vandaan.

Statistieken:
Fiona Romano – Rome
Afstand: 62,61 km
gemiddelde snelheid: 17 km/u
Maximum snelheid: 52,2 km/u
Fietstijd: 3:40 u
Totale afstand: 2314 km

20110703-162243.jpg

20110703-162311.jpg

20110703-162328.jpg

20110703-162343.jpg

20110703-162400.jpg

Advertenties

De bestemming

1 juli 2011 6 reacties

1 juli 2011

Tussen Narni en Rome ligt een berg die is als een mooie vrouw die zich niet zomaar laat veroveren. Soms is de berg toeschietelijk, met lange afdalingen, maar dan ineens is het weer voorbij en de klimmetjes zijn steiler dan elk deel van de weg die achter me ligt. Een afdaling die inzet alsof die eindeloos gaat duren wordt ineens weer een zware klim, achter de top die bereikt lijkt komt telkens weer een nieuwe klim. De lucht is vol en vet. Het afronden van deze reis kost in alle opzichten moeite. Mijn spieren zijn treurig, zegt Maarten, en zo is het. Maar er is niets in mij dat zich verzet. Ik hou van deze berg, zoals ik van alle centimeters van de weg achter me hou. De weg over de berg is ontroerend mooi, het is hier zo groen, het zicht over het dal waarin de Tiber meandert is fenomenaal. Soms is het alsof ik door een bos fiets en zie ik alleen bomen om me heen, en dan ineens klampt de weg zich weer aan de bergrand vast en zie ik waar ik ook ben. Zo dicht bij het einde ontroert niet alleen de berg me, maar ook de weg. Die weg heeft me veel gegeven. Vertrouwen in mijn eigen tempo. Alleen in mijn eigen tempo past elke weg bij mij. Vertrouwen in mijn hart, als ik dat volg, dan volgt de weg en de bestemming vanzelf. Ik heb ervaren dat deze wereld ook een groot vat vol schoonheid, vriendelijkheid en vrolijkheid is. En dat overal, op elk moment, er hulp is, en dat die hulp er nooit zo uit ziet als je verwacht. Ik ben alleen nog maar in het hier en nu, niets meer en niets minder. In dat hier en nu ben ik als buigzaam riet, dat mee viert met alles wat er is, de elementen, het landschap, de ontmoetingen, de omstandigheden. Ik heb geen oordeel over wat er gebeurt en wat er komt, alles wat er is, is goed. Met nog 120 km te gaan is de bestemming bereikt, hier in mijzelf. De bestemming reisde de hele weg met me mee, en zal me nooit meer verlaten.
Voor het eerst in 3 weken mis ik een afslag. Al snel denk ik dat dit nooit de goede weg kan zijn, maar hij is zo mooi dat het moeilijk is er afscheid van te nemen. En zeker weet ik het niet. Als ik er na 5 km achter kom dat ik echt fout zit sms ik de jongens dat ze maar door moeten rijden, dit duurt nog wel even. Maar ze zijn zo lief om op me te wachten. Na al deze tijd is er naast de lol en de gezelligheid ook een bijzondere kameraadschap ontstaan. We maken deze reis alleen, maar reizen en beleven deze bijzondere ervaring ook samen. Deze reis gaf me deze reisgenoten, en beter had ik het niet kunnen treffen. Als ik me eindelijk weer bij ze voeg kopen we donker brood en Italiaanse kaas, rijpe tomaten, yoghurt en meloen, en zitten in de schaduw te genieten van de beste lunch ooit. Op een bankje in de schaduw kijk ik tussen de spleetjes van mijn ogen naar de bomen tot ik in slaap val.
Ook het laatste stuk laat deze berg zich moeilijk verleiden, maar daarin schuilt juist haar charme. Het is een weergaloze zware dag. 12% gaat het omhoog, maar mijn benen zijn sterk. Het is goed, het gaat langzaam maar het is goed. Op de camping dobber ik in het zwembad alsof ik in bad lig. Daarna heb ik totaal geen zin meer om mijn tent op te zetten, maar ook dat valt weer mee. In mijn tas vind ik mijn huissleutel. Dat is ook zo, ik heb ook nog een huis. De Santa Christina die we drinken bij de pasta is een volle rijke wijn. Precies als ik me voel.

Statistieken:
Narni – Fiona Romano
Afstand: 78,61 km
gemiddelde snelheid: 16,9 km/u
Maximum snelheid: 53,9 km/u
Fietstijd: 4:36 u
Totale afstand: 2251,3 km

20110701-210534.jpg

20110701-210627.jpg

20110701-210620.jpg

20110701-210658.jpg

De regen

30 juni 2011 2 reacties

30 juni 2011

Franciscus legde zijn kleren af en werd bedelmonnik. Ik heb veel van me afgelegd, reis met vier tassen op mijn fiets en leef van de wind, maar word desalniettemin met een ferm gebaar resoluut de kerk in Assisi uitgezet omdat ik te weinig aan heb. Maar dit is de dag van de lichtvoetigheid. We gaan vandaag 10 keer de Dom op, maar nergens wordt het zwaar. Niet in de laatste plaats omdat de zon die zich gisteren in al zijn viriliteit toonde vandaag lui achterover leunt. De wolken die het gister lieten afweten toen ik een schild zocht schommelen in het blauw. Maarten is met Jan naar Citta di Castello om zijn paspoort te halen, een dag fietsen of een uur met auto. We zijn benieuwd wanneer we hem weer ontmoeten. Het fietsen vandaag is een spel. In het open dal liggen de steden te blinken. Tot ver zie ik Assisi op de heuvel liggen, maar bijna iedere heuvel heeft een stad. Olijfbomen in eindeloze rijen, zonnebloemen, graan, korenbloemen, omzoomd door de heuvels die soms niet meer dan silhouetten zijn in het zonlicht. De stadjes die we passeren zijn oud en sfeervol. De eerste echte klim gaat als vanzelf. In Bastardo scharrelen we tevergeefs rond op zoek naar een fietsenmaker om de speling in de cranck van Tjeu eruit te halen. En daar staat Maarten ineens midden op straat. Hoe doet die jongen dat? En niet te geloven, hoe we elkaar telkens maar weer op ons pad vinden. Het is precies lunchtijd, en na zoete toetjes gaan de drie musketiers weer op pad. Deze dag is energiek, de klimmetjes gaan sneller en makkelijker, in de afdaling laat ik me niet meer vallen maar fiets ik in het zwaarste verzet. Alles is in balans, de fiets vindt in de bochten de perfecte helling, hier oogst ik van de dagen die ik hiervoor gefietst heb. Deze dag is gezellig, de blauwe shirtjes die boven op de berg staan te wachten om me aan het lachen te maken. Halverwege een afdeling stoppen we om te vragen of er een fietsenmaker is. Het hele terras staat op en spreekt opgewonden alsof er ruim voldoende experts aanwezig zijn om de klus te klaren. Tjeu laadt zijn fiets af, maar het blijken dezelfde verveelde mannen te zijn die overal op terrassen zitten, gericht op afleiding, maar passief tot in het bloed. We fietsen verder, de weg is recht en leidt naar Rome, op bijna elke straathoek staat wel een verkeersbord dat vertelt hoeveel kilometer het nog naar de hoofdstad is. Is het de bestemming die zo dichtbij is die zo uitgelaten maakt? Ik heb de hele dag plezier, het landschap is decor voor een vrolijke dag. Het laatste klimmetje gaat naar Narni. In de verte laat de regen van zich zien, de donder van zich horen. De bergen worden verborgen achter een gordijn van regen. Wij fietsen er precies vandaan. We eten ijs bij de fontein als de regen oprukt. We schuilen in de kerk, geen zin meer in de laatste klim naar een natte camping. We bellen de jeugdherberg, ze komen ons met de auto halen die we volgen door Middeleeuwse stegen die steil naar beneden gaan. In een oud klooster koken ze eerlijke pasta en schenken ze heerlijke wijn. Dit was weer een briljante beslissing op een perfecte dag.

Statistieken:
Assisi – Narni
Afstand: 89,28 km
gemiddelde snelheid: 17,3 km/u
Maximum snelheid: 48,6 km/u
Fietstijd: 5:08 u
Totale afstand: 2172,7 km

20110921-115821.jpg

20110921-115859.jpg

20110921-115930.jpg

20110921-115952.jpg

De zon

30 juni 2011 1 reactie

29 juni 2011

De fiets, de weg, het landschap, het weer. Een praatje voor de vaak gaat meestal over het weer. Ik vind het altijd inhoudsloze gesprekken, het weer is het weer. Wat maakt het uit. Maar hier ervaar ik geen weer, slechts de elementen. De koperen ploert is onontkoombaar. Hij warmt de aarde op tot hij zindert. De fietser neemt hij in een moeite mee. In de vroege ochtend zijn er nog schaduwrijke bomen maar al snel breekt het landschap open. Umbrië is vertrouwd, al ben ik hier nog nooit geweest. Dit landschap past mij als een oude jas. Geen ontzag, geen verbazing, maar volstrekte vanzelfsprekendheid dat ik hier nu ben. Het graan kleurt op eindeloze akkers de heuvels, op bijna elke top staat wel een geelroze gebouw tevreden alleen te zijn. De vormen van de huizen en torens zijn in hun boersigheid rustgevend. Het is hier vredig. En in die vredigheid ga ik een volstrekt zinloos gevecht aan met de zon, midden op de dag, in het open veld. De burchten en steden hier zijn niet voor niets zo hoog op de heuvels gebouwd, daar kan je je beschermen. En ik zoek juist waar geen enkele bescherming is de strijd op. Want de reiziger gaat door. Een reiziger die wacht tot de zon niet meer brandt komt nooit in Rome. Ik weet niet waar de wil tot fietsen vandaan komt, of het lichaam een natuurlijke cadans heeft gevonden waar het niet meer uit wil, of een nomade is mij is ontwaakt, of dat de lokroep van Rome steeds luider wordt. Dit is het enige dat ik weet: op de fiets is het het allerfijnste om te zijn.
In deze strijd speelt de zon met me. Hij geselt me als het omhoog gaat, en stookt de warmte verder op. Maar zodra dat subtiele punt bereikt is, die ronding die de grens markeert tussen stijgen en dalen, verandert hij direct van karakter en aait warm mijn huid. De wind die zich tijdens de weg omhoog afzijdig houdt voegt zich als ik me laat vieren bij me. Zo spelen wij dat spel, niet om te winnen, maar om voort te gaan. Installaties sproeien regenbogen over de akkers. Alles is stil. Voor me mijn twee fietsbroeders.
’s Middags zoeken we verkoeling in een restaurant met liters koud water. Twee uur tussen dikke bakstenen muren brengt de warmte langzaam iets tot bedaren, maar het smeulend vuur laait direct weer op zodra we opstappen. Dit is hitte. Dit is verlangen naar koelte, naar regen. En die regen komt. Als een geschenk speciaal voor ons waait een grote donkere wolk vol regen met ons mee. Er is niets heerlijkers dan doornat worden. Alles ruikt naar aarde.
In een afdaling doemt Assisi op. Nog nooit zag ik een stad zo weergaloos liggen pronken boven op de heuvel. Het is adembenemend. We nemen niet de steile helling omhoog naar de stad maar buigen af naar een camping in het dal. Wat vond ik toch ooit zo vervelend aan het opzetten van de tent in de regen? Moe nemen we de bus naar Assisi. Daar is juist alles dicht. Helemaal niet erg, want Assisi is de stad van het uitzicht. Vanaf de stadsmuren ligt het land te pronken, zeker nu, in het avondlicht onder de wolken. Maarten ontdekt dat hij zijn paspoort in het hotel in San Piero heeft laten liggen. De chauffeur die ons naar de camping terugbrengt blijkt een Nederlander, die hem morgen wel even heen en weer wil brengen. Deze tocht is een dans, waarin we elkaar steeds ontmoeten en weer even kwijtraken. Ik voel nu heel sterk dat ik door wil, met Rome zo dichtbij. Niet meer naar Florence, niet meer naar Sienna. Al voel ik bijna fysiek de teleurstelling als ik mijn bestemming bereikt zal hebben en de tocht voorbij is, is de lokroep van Rome inmiddels zo luid dat ik hem niet meer kan weerstaan.

Statistieken:
San Piero in Bagno – Assisi
Afstand: 71,18 km
gemiddelde snelheid: 19,5 km/u
Maximum snelheid: 44,3 km/u
Fietstijd: 3:38 u
Totale afstand: 2083,4 km

20110630-072847.jpg

20110630-072857.jpg

20110630-072904.jpg

20110630-072912.jpg

20110630-072920.jpg

Water

29 juni 2011 4 reacties

28 juni 2011

Op een bankje in het park met brood, gorgonzola en rijpe meloen, zo begint deze dag. Hoe weinig je ook nodig hebt, water is het allerbelangrijkste. Het liefst ijskoud, maar als er niets anders is dan is zelfs het warme water uit de bidon het heerlijkste wat er is. De fietser grijpt tijdens het fietsen zijn bidon uit de houder, gooit hem met een soepele beweging omhoog, vangt hem op zodat die precies goed in zijn hand ligt en trekt hem met zijn tanden open. Na een paar slokken sluit hij hem aan de kin. Misschien draait de dag nog wel het meest om het zoeken naar koud water. Anderhalve liter is zo op. Elke pomp, elk terras, elke winkel wordt aangedaan om te hamsteren. Snakkend naar water zie ik een gezin buiten zitten met een plastic zwembad. Ik stop om wat water te vragen. Ik krijg ijskoud water uit de koelkast, mag me opfrissen in het zwembad en krijg zoenen van mama. Want op weg naar Rome, olala.
Het mooie van een fiets is dat hij voor iedere weg de perfecte versnelling heeft. Wat die perfecte versnelling is, is volstrekt subjectief. Het hangt af van de temperatuur, de wind, je stemming en andere onbegrijpelijke zaken, maar de fiets biedt hem je voor alle omstandigheden aan. Maar heel zelden komt het voor dat ik om een lichtere versnelling vraag die er niet meer is. Hoe langer je fietst, hoe beter je op precies de goede tijd die perfecte versnelling vindt. Dan hoor of voel je niets als je schakelt, maar voel je in je benen hoe het tempo perfect blijft. Soms denk je dat het zwaarder moet, terwijl het lichter is, of andersom. Soms ben je te moe en te ongeconcentreerd om de juiste versnelling te vinden. Maar dat merk je snel genoeg, de fiets blijft het volledige arsenaal aanbieden.
Waar gaat het nog om? Om de zon, die fel blijft, het water, dat je blijft zoeken, de berg, die je op wil. De berg is steiler dan gisteren. Het is niet warmer, maar het gaat trager, het zweet hangt als een baard aan mijn kin en prikt in mijn ogen. Het is zwoegen. Na de pas op 853 meter gaat het over een verwaarloosde weg naar beneden. Deze weg is een sprookje. De gaten in de weg, de netten tegen de helling waar de rotsblokken onderdoor gutsen, de stukken weg die zijn weggeslagen het ravijn in maken dat er geen auto op rijdt. Alleen de fietsers naar Rome. Het is stil en groen, de krekels kraken, onzichtbare dieren ritselen tussen het groen. Van deze weg wil ik niet meer vandaan, ik matig mijn tempo zoveel als ik kan. Dan een dorp met een koele kerk tegen de hitte. Veel te vroeg fietsen we weer door, het is nog even heet. Vlak voor een dorp, op bijna 2000 kilometer van huis, denk ik, als ik een steil viaduct over ben gegaan en ik op de route zie dat er over 600 meter nog een komt, ik wil niet nog een viaduct. Voor het eerst. Ik ben moe. Ik wil slapen, en niet nog 25 kilometer fietsen. We stoppen bij een supermarkt en eten druiven en meloen. Ik wil op deze bank blijven liggen en slapen. Kom, zegt Tjeu, over 10 seconden is het over. Al na 5 seconden is het over. En daar is het dan ineens. Dat ik niets meer doe, en de fiets maar doorgaat. Is het hier vlak, daalt of stijgt het? Ik weet het niet meer. Maar de fiets gaat in een tempo dat ik intuïtief kan raden, boven de 30 km per uur, in een eindeloze cadans. De fiets en ik zijn een. We stuiven richting Citta di Castello. Op de troosteloze camping onder de snelweg zonder enige andere gast komt Maarten aanrijden. En dat lijkt heel normaal. Op een terras praten we bij over onze belevenissen. We eten en fietsen door de nacht door de prachtige en verlichte stad als verkenners te fiets. We zijn te laat thuis, de camping is op slot. Bij het hotel van Maarten krijgen we de sleutel. Hoe deze simpele dagen zo boordevol kunnen zijn.

Statistieken:
San Piero in Bagno – Citta di Castello
Afstand: 76,04 km
gemiddelde snelheid: 17,7 km/u
Maximum snelheid: 48,9 km/u
Fietstijd: 5:11 u
Totale afstand: 2012,3 km

20110629-083905.jpg

20110629-084023.jpg

20110629-084031.jpg

20110629-084039.jpg

De Apennijnen in

27 juni 2011

Als een ui die wordt afgepeld wordt het leven steeds simpeler. Waar mijn zorgeloosheid in het begin nog hier en daar geregisseerd was – met een brood in je tas weet je zeker dat je kunt lunchen – komt nu alles echt zoals het komt. Als mijn tassen zijn ingepakt ligt de dag als een lege verrassing voor me.
De zee lonkt, met fietsschoenen op het strand moet ik me weerhouden om er in te springen. Maar zelfs in een zee van tijd sla je dingen over. De fiets wacht. Langs de vlakke weg heeft de zon het fruit dat in de bomen hangt vol en rijp gemaakt. Sappige perziken zijn er zo uit te plukken. In kleine dorpen zitten oude mannen in eindeloze verveling in de schaduw van de terrassen, op een manier alsof dit hun dagelijkse routine is. Er gebeurt helemaal niets. Er wordt niet gesproken, niet gelezen, alleen gezeten. Hun cirkel van belangstelling heeft een diameter van krap 5 meter. Een vrouwelijke fietser is een attractie die zwijgend van top tot teen bekeken wordt. En er is vrolijk enthousiasme onderweg. Gezwaai en getoeter, duimen omhoog, bravi bravi! Racefietsers zijn hier je vrienden, ze groeten uitbundig. Een heel gezin zwaait vanuit de tuin.
De tegenwind is inmiddels een vertrouwde vriend, verkoelend tegen de 39 graden. Het tempo wordt steeds hoger, het ritme wordt anders, meer schaduwrijke terrassen en het verversen van water aan pompen langs de weg.
Om de zon te ontlopen is de middag lang en loom vol gesprekken over een leven dat heel ver weg is. En dan, bij een kruising, ineens het verkeersbord: Rome 341 km. Hoewel het een euforisch moment is om Rome voor het eerst op een bord te zien, krijgt daarmee de bestemming ook iets willekeurigs. Waarom geen bestemming verder weg? Of helemaal geen bestemming?
Waar gisteren de bergen naast me schemerden, strekken ze zich nu voor me uit. Ik sta aan de voet van de Apennijnen. Het eerste deel word ik op gedragen. Deze beklimming is een feest, van vriendelijke bergen die heel veel geven en weinig nemen. Ze liggen er groen glooiend bij. In een oogwenk ligt de vlakte achter me, en begint een schoonheid van een heel andere orde. Ik fiets over de oude weg naar Rome die kronkelt onder de nieuw aangelegde weg op enorme pilaren. Deze mooie oude weg is bijna leeg. Het is laat, de zon staat laag. De schaduwen worden langer, de hellingen liggen te glanzen in het avondlicht. De beklimmingen worden steiler en langer, maar nergens onvriendelijk. In San Piero de Bagno krijgen we een goed bord pasta en een kan wijn. Als na het eten de schemer ineens valt volgt nog een laatste klim, 2 km 8%. Het lijken er 5, het lijkt wel 12%. Er lijkt geen eind aan de komen. En boven staat de camping te koop. Op weg weer naar beneden blijkt de berg een echte berg, de lange weg gaat in het nachtlicht steil omlaag. In het dorp zijn er kamers. Zo zie je maar.

Statistieken:
Punta Marina – San Piero in Bagno
Afstand: 89,21 km
gemiddelde snelheid: 17,1 km/u
Maximum snelheid: 46 km/u
Fietstijd: 5:11 u
Totale afstand: 1936,2 km

20110628-202028.jpg

20110628-202045.jpg

20110628-202131.jpg

20110628-202138.jpg

20110628-202154.jpg

Alle wegen

27 juni 2011 5 reacties

Alle wegen

26 juni 2011

In de ochtend is iedereen bepakt om een andere kant uit te gaan. Ik fiets nog een eindje met Tjeu op. En alweer is het warm. Na 30 km is de dorst groot. We belanden in een bar waar grote opwinding heerst over de loterij, met als prijs grote manden levensmiddelen die als trofeen naar buiten worden gedragen. Er wordt om 11 uur gedronken alsof het avond is, de eerste glazen vallen van de bar. In het vlakke land staan eindeloze rijen zonnebloemen als voor een concert met hun gezicht naar het podium gekeerd, met als artiest de zon. Die zon brandt. Gelukkig is er tegenwind, die de hitte dragelijk maakt. Ik stuif door het landschap, de kilometers vliegen voorbij. Een man vertelt me waar ik jonge ooievaars kan zien, maar dat ligt niet op de route. De ooievaars maken het zelf goed, in de polders start een vliegshow van zwaluwen, reigers waar een schreeuwend ooievaarsjong zich met gestrekte rode pootjes bij voegt, gevolgd door zijn ouders. Een witte reiger voert een traag ballet uit in een ven. De vogels buitelen over elkaar heen, en ineens zijn ze verdwenen. Ik steiger tegen de wind in, als er nog muizenissen in mijn hoofd waren, dan kunnen ze nu niet anders dan vervliegen. Alleen mijn fiets en ik bieden enige vorm van schaduw. In een bar is er de eenvoudige keuze tussen macaroni en spaghetti, en tomaat of vlees. De rekening is een mooi rond bedrag. Dit platte landschap verglijdt, het is moeilijk voor te stellen dat het ooit nog anders zal worden. Heel anders dan de bergen, waar het landschap iedere seconde verandert. Maar links van me schemeren al bergen in de verte. Er is steeds minder nodig om te reizen en te leven, een eenvoudig dak, een mat en een deken. Hoe minder hoe liever het me wordt. Ik rijd een dijk op langs een rivier die de Linge zou kunnen zijn, zelfs met een pont erover. Alleen de veerman zegt ciao in plaats van hallo.
Ravenna is na 100 km een complete verrassing. Wat een prachtige stad. Ik bezoek de Basilica San Vitale, een mooi bakstenen gebouw, en binnen adembenemende vloeren en mozaieken uit de vijfde eeuw. Het biedt een sfeer en een aanblik die verstilt. Hoe anders dan de kerken die ik eerder bezocht, deze sobere uitbundigheid in minutieuze kleurige steentjes. Ik drink het in. En Ravenna biedt ook nog de zee. Wat een verrassing, deze nieuwe weg naar Rome.

Statistieken:
Ferrara – Punta Marina
Afstand: 104,44 km
gemiddelde snelheid: 18,6 km/u
Maximum snelheid: 33,4 km/u
Fietstijd: 5:36 u
Totale afstand: 1844,5 km

20110628-064957.jpg

20110628-065003.jpg

20110628-065013.jpg

20110628-065023.jpg

20110628-065034.jpg