Archief

Archive for the ‘Fietsen naar Rome’ Category

Fietsbenen

25 juni 2011

Om niet te snel te gaan neem ik een rustdag. Maar mijn benen willen fietsen. Ik ga de stad in, die niets van mij verwacht, ik slenter door de eeuwenoude stegen. Ik zit uren op terrassen te kijken naar de temperamentvolle Italianen, die hartstochtelijk staan te zoenen op pleinen. Uit een huis klinkt een televisie, een vrouwenstem die schreeuwt op propagandatoon, het is ongetwijfeld een liefdesfilm. ’s Middags arriveren Wim en Margret de Groot (de ouders van Bram de Groot) op de camping, zij zijn hier via Venetië gekomen. Ik krijg nog extra tips voor een optimale bepakking van de fiets. Tjeu strijkt ook neer. Ik eet ‘ s avonds in de stad met Hans en Gea en Tjeu, wat erg hilarisch is, Hans en Gea komen uit Oisterwijk en kennen tante Lies en de slagerij van Van der Eerden. Een feest van Brabantse katholieke en protestantse herkenning. Ik hik een beetje aan tegen de vertraging waar ik nu in zit. En dan komt een nieuw plan vanzelf. Er leiden zoveel wegen naar Rome, ik kan ook een andere weg nemen, zodat ik door kan fietsen. Vanaf Assisi kan ik de trein naar Florence nemen voor een weekend met Hester.

20120706-061656.jpg

20120706-061711.jpg

Gemopper

24 juni 2011 3 reacties

24 juni 2011

Er zijn fietsers die veel energie verliezen aan mopperen. Ze mopperen over de berg die te steil is, en de weg erover die je belemmert in een ritme te komen. Grappig genoeg wordt er door deze mopperaars nooit geklaagd over de helling na de top die naar beneden gaat, dat doen de mopperaars die van de andere kant komen. Er wordt gemopperd over de regen, of de tegenwind, over de zon die zich niet laat zien of juist te uitbundig, over wegen waar ook auto’s over rijden en onverharde modderige paden. En ook over de Po-vlakte wordt gemopperd. Die is saai.
Het is wonderlijk hoe de mens als hij denkt zijn zin niet te krijgen een schuldobject vindt. Er zijn er, met name vrouwen, die dat vooral afreageren op hun partner. Het is mooi om te zien dat er nog zoveel vrouwen een rotsvast vertrouwen hebben in de almacht van hun man. Het mooie aan de natuur is dat die al dat gemopper onaangedaan van zich af laat glijden. De helling blijft even steil, het regent of het is heet zoals het de zon en de wolken uitkomen, en de Po-vlakte blijft lekker saai, en vindt dat zelf helemaal niet erg. Wat zou er toch meer licht zijn als al die verloren energie een andere bestemming zou vinden.
Ik vind natuur niet snel saai, maar na het ongegeneerde vertoon van schoonheid van de afgelopen tijd zoek ik andere afleiding op deze vlakke dag. Ik ben om 8 uur op weg, en in de ochtend doet de zon niet eens de moeite om tussen de wolken heen te komen, dus het gaat meer dan makkelijk. De tocht wordt een dans doordat Doe Maar vrolijk en opzwepend zingt. Op de uitgestorven wegen vinden mijn benen het ritme van de muziek en gebruik ik uitgelaten beide weghelften voor mijn dans, vast niet heel veilig, zeker niet als je zelf niets meer hoort van de omgeving, maar het is een vrolijke dag. 85 km over zo vlak land is een saai kippe-eindje. Toch fiets ik niet door naar Bologna. Ik ga Hester op 1 juli in Florence ontmoeten, en als ik niet oppas dan ben ik daar veel te vroeg. Op een terras in Ferrara verdiep ik me nog eens in de route verder dan de dag van morgen. Ik vind een lijstje terug dat ik met Rob en Tjeu maakte in Bregenz. Dat leek toen waarschijnlijk een heel goed idee. Er is niets van uitgekomen. De reis heeft zijn eigen plan. Ferrara is groot en vol met stokoude gebouwen en kleine schilderachtige steegjes. De wegen zijn bedekt met kleine onregelmatige keitjes en de Italiaanse schonen lopen daar als vanzelfsprekend met naaldhakken overheen.

Montagnana – Ferrara
Afstand: 84,06 km
gemiddelde snelheid: 19,2 km/u
Maximum snelheid: 28,6 km/u
Fietstijd: 4:18 u
Totale afstand: 1740 km

20110628-064809.jpg

20110628-064833.jpg

20110628-064840.jpg

20110628-064848.jpg

De zorgen van de fietser

23 juni 2011

De fietser heeft dagelijkse zorgen. In de ochtend word ik gewekt door het eerste licht, het getik van de regen of de beginnende warmte. Afhankelijk van hoe het weer is geweest heeft de ochtend zijn eigen zorgen. Een natte tent en regen in de ochtend levert geen dilemma op: zo snel mogelijk alles inpakken. Een natte tent en zon in de ochtend is lastiger: hoewel ik inmiddels heel goed weet dat de tent een paar uur later alweer staat en dan binnen een mum van tijd droog is gewaaid pak ik de tent het liefst droog in. Uiteindelijk ben ik toch altijd te ongeduldig om te wachten tot de tent echt droog is, en pak ik ‘m alsnog nat in. Dan het punt van de was: is die droog of moeten de fietskleren onderweg achter op de fiets drogen. Het zorgpunt van het ontbijt is buitengewoon overzichtelijk dankzij de grote hoeveelheid bakkers in ieder dorp. De zorg van de middag is de lunch. Dat gaat vooral om de keuze voor een stad of dorp dat ik zeg tussen half 12 en half 2 aandoe, wordt het deze, of zou die van 10 kilometer verder nog leuker zijn. De middag gaat op aan eten, een beetje rondkijken en het bestuderen van de kaart. Dan weer op de fiets. Hoe warmer het wordt, hoe vaker ik stop voor een koude agua mineral. De zorg van de middag is de camping. De route is ingedeeld in logische etappes, die eindigen op een camping. Vaak volg ik de etappes, soms doe ik er twee of anderhalf op een dag. Tent opzetten, douchen en de was doen zijn eerste prioriteit. Dan volgt het ritueel van een biertje drinken en tijdens de borrel schrijven over de afgelopen dag. Eten en naar bed. Overzichtelijke zorgen. Vandaag was een luie dag. Met Tjeu ontbijt ik tot veel te laat, en fiets in de warmte Verona uit. Tot dusver was 9 uur op de fiets zitten een prima tijd, maar dat is nu eigenlijk te laat. Vandaag was het om 10 uur al 33 graden. Het water in mijn bidons is al snel lauw, en ik zoek verkoeling onder douches van de sproeimachines voor maïsvelden en ander gewas. Waar ik anders zou wachten tot het water de weg niet meer raakt, wacht ik nu tot ik er middenin rijd en doornat word. Ik giet het warme water uit mijn bidon in mijn nek. Het is vlak, er wordt hier vooral heel veel maïs verbouwd. Het is doodstil op de weg, de dorpen zijn uitgestorven, op een enkel terras in de schaduw na. Een veld zonnebloemen fleurt het landschap op. In een klein winkeltje in een dorp snijdt een vrouw grote hompen kaas voor me af en twee grote stukken brood. Ik fiets alsof ik slenter. Tegen de middag kom ik aan in het stille, volledig ommuurde stadje Montagnana. Met heel veel koud water op een terras vraag ik me af wat ik zal doen, het is nog maar 1 uur ’s middags, maar de volgende camping is nog 75 kilometer fietsen. Tijdens het nadenken over deze vraag voel ik mijn ogen dichtvallen. En daarmee is het antwoord er ook direct, ik blijf maar hier. Ook hier weer een keur van Rome-gangers, weer een heel ander gezelschap dan voorheen, met andere energie en de andersoortige gesprekken. Ik borrel en eet met Hans en Gea in de aangename rust van Montagnana, op een terras tegen de oude stadsmuur, bomvol Italianen.

Statistieken:

Verona – Montagnana

Afstand: 66,70 km

gemiddelde snelheid: 17,8 km/u

Maximum snelheid: 27,4 km/u

Fietstijd: 3:39 u

Totale afstand: 1656 km

20110624-184147.jpg

20110624-184154.jpg

Verona

23 juni 2011 2 reacties

22 juni 2011

De zon heeft moeite om tussen de nevel die de bergen omsluiert heen te komen. Hij heeft zich al wel een weg gebaand over de top, maar is maar heel vaag te zien. Na het vorstelijke ontbijt op de camping manifesteert hij zich in volle kracht, het is al om 9 uur heel warm. De zon is een nieuwe reisgenoot, die veel meer mijn route gaat bepalen dan de reisgenoten die ik tot nu toe had. Zweet druipt in een eigen ritme tussen de pedalen. Dit zijn de laatste kilometers door de Alpen, nog steeds langs de Adige, die ik al van kleins af aan ken, maar die nu meer dan volwassen is.
Plotseling zijn de Alpen verdwenen. Na dagen door het dal gereden te hebben, met de armen van de bergen om me heen, is het uitzicht ineens weids en open. Achteloos tooien nu de kiwibomen de wegen, gevolgd door perzikbomen. Het landschap doet zijn best op te boksen tegen de schoonheid van de bergen.
Ik bevind me in een tijdloosheid, als een astronaut duikel ik tussen dagen en uren heen. Ook de tijd die voor me ligt heeft geen lineaire vorm maar is amorf. Het verlaten van de bergen past in deze tijdloosheid, er dient zich wel weer iets nieuws aan.
Een licht gevoel van opwinding maakt zich van me meester als we Verona naderen. En dat blijkt niet voor niets. Zelfs fietsen langs de randen van de stad fietsen, waar de rivier langs stroomt, heeft al iets majestueus, met eindeloze bruggen en het silhouet van de stad. We bekijken de Dom, die wit en groot tussen de huizen ligt, en fietsen een rondje om de arena. Na de lunch nemen we dan echt afscheid. Hoewel Maarten dezelfde tijdloosheid ervaart, ziet hij er ook naar uit zijn vrouw op 2 juli in Rome te ontmoeten. Met alle tijd op zak fiets ik een rondje door deze stad, met smalle steegjes, grote pleinen, kerken, kastelen, vol leven en geflaneer. Het wordt tijd voor een douche. Ik klim de heuvel op, van waar een ongelooflijk uitzicht op deze stad. De camping is gebouwd binnen de oude muren van een fort. Op weg naar mijn prachtige idyllische plek onder druiventrossen zie ik Tjeu zitten bellen. Dat kan niet goed zijn. En dat blijkt. Rob heeft na een afdaling over een verkeersdrempel een enorme smak gemaakt, zijn voortassen zijn tussen zijn spaken geraakt en hij ligt met een gescheurde oogkas, gebroken schouder en gebroken ribben in het ziekenhuis. Tjeu wijst geroutineerd de weg naar het ziekenhuis, waar Rob er bont en blauw bij ligt, maar gelukkig heeft hij praatjes voor tien. Hij is deze ochtend geopereerd en mag nog niets eten en drinken maar de cola en chocoladerepen worden enthousiast ontvangen. De telefoon gaat voortdurend, om de fiets te repatriëren en te zorgen dat Rob naar Nederland komt.
Tjeu en ik lopen door de stad vol pleinen, terrassen en leven. Tjeu ontdekt dat hij zelfs de tocht nog kan afmaken en daar klinken we maar weer op. Geen wonder dat dit de stad van Romeo en Julia is. Het is bijna onmogelijk om naar bed te gaan met uitzicht op de verlichte stad vanaf de heuvel.

Rivalta -Verona
Afstand: 43,60 km
gemiddelde snelheid: 18 km/u
Maximum snelheid: 58,8 km/u
Fietstijd: 2:25 u
Totale afstand: 1589,3 km

20110623-164706.jpg

20110623-164716.jpg

20110623-164728.jpg

20110623-164805.jpg

Benissimo

22 juni 2011 2 reacties

21 juni 2011

De dag aan het meer is heerlijk lui en gezellig. Een hele dag om bij te praten terwijl we op luie stoelen en ligbedden hangen. Alan en Dieta leggen me schandalig in de watten, ik krijg drankjes en brood aangereikt en wordt van top tot teen gemasseerd. We zwemmen tussen de bergen waar kerktorentjes boven de bomen pieken. Het voelt als een cesuur, na deze dag fiets ik oude steden tegemoet: Verona, Ferrara, Bologna, Florence, Sienna, Assisi, en de warmte in. Ik ben benieuwd of dat me een ander ritme gaat brengen, van kortere afstanden en meer cultuur.
Ik laat een enorme boodschappentas met spullen achter bij Alan en Dieta, met de kookspullen die tot nu toe ongebruikt in een tas zaten en de warme kleren voor als het in de Alpen heel koud zou zijn. Travel light. Na het ontbijt fiets ik terug richting Trento. Voor het eerst daal ik een berg af die ik ook beklommen heb. Het is een merkwaardige sensatie. De afdaling van eergisteren blijkt een vriendelijke klim, en in de klim die zoveel zweet en inspanning kostte suis ik eindeloos naar beneden. Een berg geeft meer dan hij neemt. De beloning is veel groter dan het offer. Een helling kan van een afstand onbeneembaar lijken, maar hoe dichterbij je komt, hoe platter hij wordt. De berg strekt zich voor je uit. Bij elke afdaling denk ik: deze helling zou ik nooit willen beklimmen, maar ik zou hetzelfde denken als ik de van Rome naar huis zou rijden.
Na nog geen 10 km fietst Maarten me achterop. Dat toeval is leuk, weer even zijn we reisgenoten. De weg volgt al sinds de Reschenpas de Adige. Na het mooie weer is hij vandaag blauwer en minder onstuimig. Wijngaarden nemen de plaats in van de eindeloze appelbomen. De wijnranken staan op hoge poten en vormen met de rij naast zich een bruidshaag, met druiventrossen die omlaag groeien. Het is warm en heiig. De bergen in de verte zijn niet meer dan grijze silhouetten die pas als je ze nadert hun eigen kleur krijgen. Zonder de fikse frisse tegenwind zou de warmte nauwelijks te verdragen zijn. In Rovertero lunchen we op een terras achter de bloemenkraam en drinken heel veel koud mineraalwater. Dan gaat het verder langs de rivier, waar het steeds warmer wordt. Al na 20 km schuilen we voor de hitte onder een overdekt terras. We eten maar weer wat. De Italianen koken eerlijk. Aardappelen, bonen, sla, tomaat, wat olie en azijn, en er kan weinig tegenop. Als de ergste hitte voorbij is fietsen we door. Daar zijn de eerste cipressen, de eerste olijfbomen. De weg is omzoomd door bougainvilles. Midden tussen de wijngaarden ligt een idyllische camping van een wijnboer. Hij zal zijn vrouw vragen of ze voor ons wil koken. Dat wil ze. Hij legt uit dat de wind per dag drie maal draait, tussen 8 en 11 ’s ochtends en ’s avonds waait hij richting Rome. We krijgen een fles wijn zo uit de wijngaard en eten met uitzicht op de bergen in de avond die wat koeler wordt. Benissimo.

San Cristoforo – Rivalta
Afstand: 90,68 km
gemiddelde snelheid: 19,1 km/u
Maximum snelheid: 51,1 km/u
Fietstijd: 4:44 u
Totale afstand: 1545,7 km

20110623-164405.jpg

20110623-164413.jpg

20110623-164422.jpg

20110623-164429.jpg

De vrijwillige berg

22 juni 2011 2 reacties

19 juni 2011

Na de vele glazen die we dronken op ons afscheid wordt vandaag een ontspannen dag. Bovendien is het maar 65 km naar het meer waar ik Alan en Dieta ga ontmoeten. De jongens en ik ontbijten nog samen op het terras van een echt Italiaans koffiebarretje. Om half 10 is het al zo warm dat we de schaduw opzoeken. Maarten en ik zwaaien Rob en Tjeu uit, wij fietsen vandaag nog samen op. Wat een verschil met gisteren. De dag is zonovergoten. De bergen die er gister zo streng en afstandelijk bij lagen zijn vandaag open en ontvankelijk. Ze liggen te blinken in de zon. Vandaag biedt deze aanblik me weer een gevoel van groot geluk. Dezelfde bergen, dezelfde rivier. Een andere dag, een andere gemoedstoestand. Zo bepalend is dat dus, met welke blik je ergens naar kijkt. En dat geldt heus niet alleen voor bergen in de regen.
De rivier de Adige is bruin en modderig geworden na de enorme regenbui van vannacht. Het is een heerlijke weg. Het dal gaat maar door, waar je het einde van de bergen vermoedt komt weer een bocht, met weer meer bergen. Het is vlak en makkelijk, het gaat als een speer. We gaan de grens over naar het Italiaans-sprekende deel van Italië, uit Tirol. In Tirol liepen de mannen echt met Tiroolse hoedjes met veertjes, sommige vrouwen echt met Tiroolse jurken en Sisi-spleetjes, en ineens zijn de mannen glad en donker en dun. In de steden toeteren ze opgewonden op hun scooters, rijden door rood en laten in hun taal hun temperament horen. Wat een prachtige taal overigens. Ik heb spijt dat ik mijn 38-delige cursus Italiaans maar tot les 3 gevolgd heb. Ik ga het niet meer redden met mijn matige Duits. Maar weer die grens, niet te zien in de natuur, maar duidelijk in de aard en voorkeur van de mens.
We fietsen weer over een oude Romeinse weg. De Romeinen die in Utrecht hun Castellum bouwde, reisden waarschijnlijk hier overheen. Er zijn werkelijk fantastische fietspaden aangelegd langs deze wegen. Precies tijdens lunchtijd rijden we Trento binnen, een prachtige stad. We genieten op het mooiste terras met uitzicht op de Dom van een Italiaanse lunch. Na de lunch is het iets te vroeg om de Dom te kunnen bekijken, die tijd vullen we op met het slenteren door straatjes en het eten van goddelijk Italiaans ijs. De Dom is groot, de pilaren zijn indrukwekkend. Kaarsjes branden daar voor geliefden, die er nog wel of niet meer zijn, het moeilijk hebben of in gedachten dichtbij zijn.
Na een heerlijke middag fietsen we de stad uit. Het gaat direct omhoog. Deze berg is steil, en gaat niet naar Rome. Hij gaat naar Alan en Dieta. Dat geeft de berg, merkwaardig genoeg, een andere dimensie. Wat voor berg is dit? Een vrijwillige berg? Hij hoeft in elk geval niet. Ik ervaar wat de Italiaanse zon vermag. Het is brandend heet. Dat maakt er de beklimming niet eenvoudiger op. Als dit zo blijft, is een ander ritme nodig. Binnen een mum van tijd zijn de in Trento gevulde bidons leeg. Eindelijk de afdaling, en dan al heel snel de camping. Maarten en ik nemen afscheid, het was goed om deze tijd reisgenoten te zijn. Ik zet mijn tentje op tegenover de camper van Dieta en Alan. Het is ontzettend leuk om ze hier te ontmoeten. Alan ontdekt direct schroefjes die ontbreken of loszitten aan mijn fiets. Hoe is het toch mogelijk dat mij dat volledig ontgaat. We eten in het Italiaanse restaurant van het dorp, en praten bij over onze belevenissen. Morgen maar even niks.

Auer – San Cristoforo
Afstand: 65,08 km
gemiddelde snelheid: 18 km/u
Maximum snelheid: 35,5 km/u
Fietstijd: 3:35 u
Totale afstand: 1455 km

20110623-164131.jpg

20110623-164139.jpg

20110623-164148.jpg

20110623-164154.jpg

20110623-164512.jpg

Miezerig

18 juni 2011 5 reacties

18 juni 2011

Deze dag is gehuld in nevelen. De bergen zijn gesluierd. Het miezert. De weg is vlak. De wind in dit dal heeft een naam: de Reschenwind, hij waait richting de Alpen. Hij waait alsof hij me terug wil sturen naar hoe het gister was. Ik verzet me ertegen en worstel me tegen zijn zin door deze dag. Het lukt me raar genoeg nauwelijks om ervan te genieten. Ik fiets door het dal, omzoomd door de bergen. Ik weet niet wat me beïnvloedt, de regen, de grijsheid, of iets anders, maar ik geniet er nauwelijks van. Voor het eerst is het fietsen puur om vooruit te komen. Ik volg de rivier de Etsch, die zich niet laat afleiden door weer of humeur, maar volgens zijn eigen wet blijft doorstromen. Het gaat naar beneden, voor het middaguur zitten er al 50 km op, zelfs een afdaling met haarspeldbochten speciaal voor fietsers. De stad Merano maakt me ook al niet blij. De charme van stoffige stadjes laat de drukte verbleken. Ik weet niet eens waar ik heen wil. Vanochtend op de camping spraken we af elkaar te ontmoeten in Auer, maar wil ik wel door, of wil ik slapen, of naar een sauna? Eindeloze appelboomgaarden, het lijkt of alle appelsap, appelcider, appelmoes en appelstroop voor de hele wereld hier gemaakt worden. Wijnranken tegen de hellingen aan. De dorpen zoeken het gemak van het dal, zijn functioneel en bekoren me niet. Het voelt haast oneerbiedig om zo zonder begeestering door dit landschap te fietsen. Hoog boven op de helling spaarzame bebouwing, alsof de mens wil zijn almacht wil tonen. Wat bezielt mensen, om zo hoog te willen bouwen? Is het veiligheid, uitzicht, protserigheid, prestige? De moderne huizen zijn gebouwd met behulp van vrachtwagens en keukenleveranciers, maar hoe kwamen de oude burchten tot stand? Een man met kippen op zijn rug, koeien en geiten voortdrijvend? Hoe vraagt hij een vrouw mee de berg op? Waarom volgt zij hem? De weg is eindeloos. Het enige dat plezier geeft is hard fietsen. Zo vlak gaat dat makkelijk. Plotseling een deel van de helling in de zon. Tjeu, Rob en ik arriveren tegelijkertijd op de camping. Zij hebben een geweldige dag gehad. Geen idee hoe dat werkt. Even later komt ook Maarten. Als de tenten staan slaat de miezer om in stromende regen. Na vanavond scheiden onze wegen. Dieta belt, morgen ontmoeten we elkaar bij een meer in de buurt van Trento. Met de jongens vier ik onze afscheidsavond met plaatselijke rode wijn. Er breekt een tijd van nieuwe ontmoetingen en verrassingen aan, net zo leeg als toen ik wegging, terwijl de tijd tussen mijn vertrek en nu zo rijk gevuld is.

Prad – Auer
Afstand: 106,93 km
gemiddelde snelheid: 18,9 km/u
Maximum snelheid: 45,7 km/u
Fietstijd: 5:38 u
Totale afstand: 1389,9 km

20110618-210410.jpg

20110618-210424.jpg

20110618-210453.jpg

20110618-210501.jpg