Archief

Archive for the ‘fietsen naar Santiago de Compostella’ Category

Bon Camino

14 augustus 2012 10 reacties

14 augustus 2012

Met nog 50 km te gaan is er weinig twijfel: dit wordt de laatste dag van mijn Camino. Die dag start met een langzame ochtend. Het regent, met Hans sta ik traag op, we ontbijten lang in een cafe. Voordat we eindelijk op de fiets zitten loopt het tegen half 11. Het is grauw, alles hangt in een witte nevel. Maar al snel stopt de regen en is de jas te warm. Iedere km gaat er een van de resterende km af. Ik voel me vandaag als een vreugdevuur in deze nevel. Ik weet dat de stad geduldig op me wacht, net als hij geduldig wacht op het moment waarop ieder ander arriveert, maar tegelijkertijd voelt het alsof ik met een lier naar Santiago word getrokken. Mijn benen draaien als een razende rond, of het nu omhoog gaat of omlaag. Overal de sterke geur van eucalyptus, de groene bolsters van de kastanjes. De afdalingen gaan vloeiend omlaag over wegen vol gaten. Het is nu te tellen hoe vaak nog omhoog, nog vier keer, nog drie. Hans fietst voor me, omhoog kruipt hij als een tor, omlaag vliegt hij als een libelle. De fiets op smalle banden houdt alles in evenwicht.
De kilometers schijnen mij voorbij te vliegen. Ik passeer twee Nederlandse fietsers die zwoegen en steunen, ik passeer ze moeiteloos. Op een laatste terras voor Santiago eet ik de heerlijkste tortilla van Spanje. Op weg voor de laatste 19 km begint het echt te regenen. Binnen een mum van tijd is alles doornat, mijn schoenen, mijn sokken, mijn jas. Ik heb lastig zicht door het water in mijn gezicht. Mijn remmen reageren nauwelijks door de regen terwijl het nog fors omlaag gaat. De nevel en de regen zorgen voor een mystieke sfeer. In een steile afdaling waarin ik voor het eerst deze reis enige paniek voel omdat ik bang ben dat ik uit de bocht ga met te weinig remkracht ligt ineens de kathedraal van Santiago voor me. Hoe vaak heb ik de afgelopen km niet een kerk op de berg zien liggen? Hoe vaak was het niet mijn eindpunt van de dag, mijn stop voor de lunch, het bochtje om uit nieuwsgierigheid te nemen? En nu ligt hier mijn eindpunt, in het zichtsveld. Een steil straatje omhoog en daar sta ik voor de kerk. Mijn vreugdevuur blijft branden in de regen. Het is heerlijk om in deze stad te zijn. Pelgrims zingen onder een galerij, fietsers en lopers blijven de hoek om komen, hun vreugdevuur in hun ogen. Met mijn beduimeld stempelkaartje dat ik nauwelijks gebruikt heb ga ik in de rij voor een Credential. Kom je vanaf Burgos, informeert de dame vriendelijk? Nee, vanuit Nederland, Utrecht. Maar dat zijn heel veel kilometers, zegt ze bewonderend, en zonder mankeren krijg ik een bevestiging van iets wat geen bevestiging nodig heeft.
Ik loop wat door de stad en ben om 6 uur in de kerk voor de mis. Terwijl het ritueel van de mis gaande is blijft een continue stroom mensen het beeld van Santiago onhandig van achter omhelzen, willen ze hem omhelzen of door hem omhelsd worden? Dit is geen beeld waarvan je de hand kan pakken en dat je aan kan kijken, het staart precies de andere kant uit. Ik voel de warme hand van de mensen om mij heen als ze me vrede toewensen. Waar een ritueel plotseling inhoud kan krijgen. In Aken werd ik met vrede weggestuurd, in Santiago word ik met vrede ontvangen. Hier zijn is bijzonder en tegelijkertijd heel normaal. Bijna 3000 km is veel en tegelijkertijd ook helemaal niets. De optelsom van ontspannen, bijzondere, mooie dagen die afzonderlijk niets voorstellen en gezamenlijk leidden tot deze bestemming. Dit was mijn bon Camino.

Statistieken:
Arzua – Santiago de Compostella
Afstand: 51,02 km
gemiddelde snelheid: 15,4 km/u
Maximum snelheid: 49,8 km/u
Fietstijd: 3:18 u
Totale afstand: 2999,49 km

20120815-002048.jpg

20120815-002104.jpg

20120815-002125.jpg

20120815-002145.jpg

Ontlading

13 augustus 2012 2 reacties

13 augustus 2012

Er komt een tijd op je reis dat je niet meer zorgeloos onderweg bent naar niets, dat je je bevindt in een tijdloosheid die geen einde kent, dat het voortgaan eindeloos kan duren. Dat moment komt als de bestemming nadert. Dan gaan er dingen pijn doen, mijn spieren, mijn benen. Dat moment komt vandaag. Ook de fiets is moe. Zag ik de afgelopen periode alleen maar schoonheid om me heen, vandaag heb ik moeite met zien waar ik ben, in wat voor landschap. Vandaag lijk ik slechts een deel van kilometers af te leggen die nog tussen mij en Santiago liggen. En die kilometers vallen me zwaar. Ik hoef geen meer berg op maar de klimmen lijken eindeloos, ik neem ze met moeite. De afdalingen geven me nauwelijks energie. Ik zoek tevergeefs de cadans die alles zo gemakkelijk maakt. In het trage tempo lijken gedachten te vragen om een conclusie. Is die er? Als ik denk aan het einde van het ritme van opstaan, inpakken, opstappen, fietsen, aankomen, douchen, wassen, eten, slapen kan ik me geen voorstelling maken van wat daarvoor in de plaats zou moeten komen. Ik denk aan de ontmoetingen, aan mensen om wie ik ben gaan geven ook al zag ik ze maar kort, aan rake zinnen, aan veelzeggende stiltes. Toen ik vertrok had ik het idee dat ik het spoor van vroegere pelgrims zou volgen en deden gekleurde rugzakken en bepakte fietsen anachronistisch aan. Maar de stroom is doorgegaan, er is uiterlijk verschil, er is minder gevaar, maar het is dezelfde stroom. Er zijn gemeenschappelijke rituelen die dankzij hun tijdloosheid voor allen een unieke betekenis kunnen krijgen. Ik weet niet of ik me onderdeel heb gevoeld van het verleden maar ik ben me ontegenzeggelijk onderdeel van het heden gaan voelen. Ik mis de pelgrims waar mijn pad afwijkt van dat van hun, het zacht geprevelde bon camino, het zien dat geen tred van een mens hetzelfde is als die van een ander. De groepen, de eenlingen, een vader en moeder die een kar met twee kleine kinderen duwen, een man op blote voeten, mountainbikers die luid bellend wandelaars laten uitwijken, de berm waarin schoenen worden uitgedaan, de schaduw waarin wordt geslapen, bronnen die voor verkoeling zorgen, kreten van herkenning als een bekende lijkt op te duiken uit het niets, terrassen waarop men vol aandacht elkaars voeten verzorgt.
Tijdens een lange lunch met Hans in Palas de Rei lijkt de hoekigheid van conclusies ronder te worden, wordt het lichter en speelser. Er volgt een prachtige afdaling, een waar ik met volle teugen van geniet. In een kleine kerk in Furelos zorgt een ontroerende ontmoeting met een Italiaanse priester die werkt in Mozambique en nu toevallig even hier is voor ontlading zonder conclusie. Een toevallige ontmoeting, een grote impact. Een conclusie hoeft er ook niet te zijn. Ik blijf onderweg, waar ik ook ben. Ik hou van alles van deze reis die zo is verlopen omdat ik op 9 juli 2012 om half 2 in de middag ben vertrokken. Ik ben blij dat ik niet op 13 of 15 juli ben gegaan omdat dan niet op mijn pad was gekomen wat ik nu heb ontvangen. En zo denken alle pelgrims die op 13 of 15 juli of welke datum dan ook vertrokken. Zolang je maar buiten de voor jou bekende paden durft te gaan en open durft te blijven zijn. De berm is paars met geel, de donkere wolken staan prachtig boven de groene heuvels. Hier ben ik nu, hier is het goed. De laatste kilometers brengen me in Arzua, 50 km van Santiago de Compostella.

Statistieken:
Sarria – Arzua
Afstand: 86 km
gemiddelde snelheid: 14,4 km/u
Maximum snelheid: 54,2 km/u
Fietstijd: 5:57 u
Totale afstand: 2948,47 km

20120813-201214.jpg

20120813-201222.jpg

20120813-201233.jpg

20120813-201242.jpg

Afscheid van de bergen

12 augustus 2012 2 reacties

12 augustus 2012

De ochtend is koud. Alleen de hoge hellingen liggen groen te glanzen in de zon. Ik rijd door kleine dorpen waar het ruikt naar houtvuur en mest en bloemen de bermen en de gevels opfleuren. De sfeer is totaal anders dan in het droge land achter me. De weg waarop ik fiets is prehistorisch oud, ook Karel de Grote nam deze weg. Alsof het niets is is boven deze weg een nieuwe weg gebouwd op palen van tientallen meters hoog die het dal tussen de toppen van bergen overbruggen. Daarover raast nu het verkeer, de oude weg is doodstil. Na een uur zijn de bergen niet meer hoog genoeg om de zon tegen te houden en moet de jas uit. Ook een stoet wandelaars neemt de helling, het is mooi om te zien wat noodzakelijk blijkt om mee te nemen, kegels om mee te jongleren, gitaren en heel veel mobiele telefoons.
Het gaat gestaag omhoog deze laatste berg en het klimmen gaat vandaag moeiteloos. De berg vraagt eigenlijk alleen maar tijd om te genieten. Het uitzicht is waanzinnig mooi, overal is het groen, overal zijn de bergen. De zware bellen van de koeien krijgen hoe hoger ik kom een lichtere klank. Cebreiro is een dorp uit de 10e eeuw waar bijna een mis begint in een volle kerk. De dorpen langs de Camino herpakken langzaamaan weer hun functie van weleer, het onderdak bieden aan pelgrims die voorbij trekken. Het herstel van hun oerfunctie.
Het uitzicht houdt niet op. Deze berg geeft het beste wat ze heeft, de top, in drieën. Ik passeer drie cols, pas bij de derde is het hoogste punt bereikt. Bovenop neem ik een biertje, vanaf nu gaat het toch alleen nog maar omlaag. Na de laatste col geeft de berg me een afscheidskado, niet direct omlaag maar nog een paar kilometer vlak om van het weidse uitzicht te kunnen genieten. Jou willen is je missen, dichtte Willem Jan Otten over Penelope die Odysseus liefheeft. Zo is het ook met de Camino. Je wilt de tocht maken en alles onderweg staat in het teken van afscheid en achterlaten. Tijd om te missen is er nauwelijks omdat het volgende zich alweer aandient. Maar nu begint het definitieve afscheid van de bergen. Het suizen begint, kilometers lang. De bermen zijn paars met geel. Na een bocht ineens niet meer de bergen maar het dal. De wind komt van de kant waar ik naar toe wil, de berg geeft me een zetje in de rug. Het is alsof ze met elkaar spelen en ik als passant onderdeel ben van hun spel. De berg wint het met glans.
Samos is een oud dorp met een enorm klooster. De schoonheid houdt ook in het dal niet op, het blijft groen en weids. Sarria is een lichte deceptie met flatgebouwen en rechte straten, maar vandaag is er genoeg gefietst. Zo op de valreep beland ik een albergue met een grote zaal vol stapelbedden en ook dat is een prima plaats om te blijven. Op een terras aan de Rio Sarria tref ik Wil en Hans weer.

Statistieken:
Villafranca del Bierzo – Sarria
Afstand: 84,92 km
gemiddelde snelheid: 14 km/u
Maximum snelheid: 53,8 km/u
Fietstijd: 6:03 u
Totale afstand: 2862,47 km

20120812-200546.jpg

20120812-200607.jpg

20120812-200617.jpg

20120812-200840.jpg

De ballast

11 augustus 2012 Plaats een reactie

11 augustus 2012

Ik fiets weg in zachtroze ochtendlicht, hanen kraaien. De zon werpt mijn lange schaduw voor me. Je stelt je een berg voor als een omgekeerde puntzak waarover je doelgericht naar de top kan fietsten, maar je neemt een weg vooruit, met voor je een keten van bergen en je hebt geen idee op welk punt je die keten zal passeren. Onderweg merk ik aan de fiets of ik stijg of daal en hoe sterk, maar heel zelden zie ik de weg echt omhoog gaan. Maar de fiets, mijn lieve fiets, die onder het stof zit, die soms kraakt en piept, tegen wie ik elke keer als ie zonder problemen schakelt dank je wel zeg, die maar gaat waarheen ik ‘m breng zonder te mopperen, weet het precies. Ik peuter de gedroogde modder tussen de band en het spatbord, ik buig het spatbord als het aanloopt, ik smeer de ketting als het kraakt, ik raap ‘m op als ie gevallen is omdat het te hard waait en ik ‘m niet goed tegen een muur heb gezet en hij geeft geen kik. Hij brengt me waar ik wil.
De weg gaat naar het ijzeren kruis waar pelgrims een steen achterlaten als symbool voor wat ze loslaten na deze reis. Van Frans heb ik een kleine steen gekregen om neer te leggen die weinig weegt onderweg. Maar ik begin van de symboliek van de Camino te houden en wil een grote, zware steen achterlaten. Langs de weg kies ik een stevige kei die ik in mijn tas stop. Een klingelende kudde schapen steekt de weg over. Nog een laatste eeuwenoud dorp voordat de klim echt begint. Ruim duizend jaar geleden was het hier zo groot dat hier een Concilie plaatsvond en nu is er bijna niets meer van over. Waar is die plaats gebleven, zo boven op de berg?
Het laatste stuk op weg naar het kruis. Wat laat je achter? Misschien hoef je dat niet eens bewust te weten. Mijn grote en mijn kleine steen belanden in een enorme berg stenen van de eindeloze stroom pelgrims achter me. Geen enkele steen verraadt de ballast die is achtergelaten en heeft alleen betekenis voor de pelgrim die hem achterliet. Zo ook de mijne.
Na de top volgt een duizelingwekkende afdaling, helemaal tussen de bergen. Wat is zijn, wat is fietsen tussen de bergen toch fenomenaal. Wat zijn de bergen toch onzeggelijk mooi. Het gaat zo hard naar beneden dat ik niet weet of er nog wel iets overblijft van mijn remblokken. Onderweg passeer ik hippie-achtige dorpjes waar het aantal kilometers tot Santiago wordt aangegeven, nog iets meer dan 200 km. In 15 km gaat het 1000 m naar beneden. Een rij haarspeldbochten recht onder me. Ach hoe jammer is dat toch van bergen, hoe lager je komt, hoe minder spectaculair het landschap.
We fietsen nog door tot Villafranca del Bierzo, een aardig stadje vlak voor de voet van de volgende berg. Santiago staat nu op bijna alle borden. Het einde is nu zo vlakbij dat ik zomaar een vliegticket boek, donderdag ga ik naar huis.

Statistieken:
Sta. Catalina de Somoza – Villafranca del Bierzo
Afstand: 75,29 km
gemiddelde snelheid: 13,9 km/u
Maximum snelheid: 44,7 km/u
Fietstijd: 5:24 u
Totale afstand: 2777,55 km

20120811-222913.jpg

20120811-222930.jpg

20120811-223045.jpg

20120811-223153.jpg

Een klein stukje berg

11 augustus 2012 1 reactie

10 augustus 2012

Om half 7 ben ik bepakt en bezakt maar de albergue gaat pas om 7 uur open, alle deuren zijn nog op slot. Na een copieus ontbijt vertrekken we met z’n drieën. Al heel snel verschijnen de bergen, voor me, naast me, alsof iemand na zijn maal voldaan zijn bord weg heeft weggeschoven en daarmee het tafellaken heeft opgeschurkt. Het landschap verandert direct, het kale vlakke is voorbij en ligt achter me.
Reizen laat landschap verglijden, landschap waar je gelukkig bent, waar je je toe moet verhouden, dat je moeite kost, waar je om wat voor reden dan ook vandaan wilt of wilt blijven. Zonder voortgaan bestaat er geen Camino, voortgaan is de Camino. Het lijkt wel of de gastvrijheid, de behulpzaamheid, de zorgzaamheid van eeuwen zich hier in de weg, in de dorpen, in de bomen langs de weg, in de lucht en in de wind hebben verzameld en worden doorgegeven aan een ieder die er aan woont of die hem passeert. Op deze weg vind je wat je nodig hebt, weerstand of juist het zetje in de rug, confrontatie of juist een omarming. Er ligt een weg, aangegeven met gele pijlen, met blauw-gele borden, die voor allen hetzelfde is, die de weg van eeuwen volgt, en niemand maakt dezelfde weg. De ene voorbijganger wordt je reisgenoot, de ander loopt door om de reisgenoot van een ander te worden. De weldaad voor de een is de beproeving voor de ander. De engel voor de een is de spiegel voor de ander. En in dit geheel heb ook ik mijn eigen rol. Blijven heeft geen zin, daarmee houd je niet vast wat goed is, voorkom je niet waar je tegenop ziet. Niets is te regisseren of te plannen, alles loopt precies anders dan je wat in je hoofd zou hebben, omdat alles voortdurend voorbijgaat en je onderdeel bent van fluiditeit. En alles dat voorbijgaat vindt misschien wel een duurzame plek in je herinnering.
In Hospital de Obrigo leidt een prachtige lange oude brug over de rivier. Al om 10 uur arriveren we in Astorga met een steile klim naar het centrum waar ik niet op had gerekend, slingerend maak ik een trage val. De stad heeft een kathedraal waar een organiste en een hoboïst repeteren, het klinkt als een concert. Daarnaast een museum dat Gaudi met zijn geniale geest bouwde met een verzameling oude beelden van Santiago, soms als Morendoder, soms als pelgrim op weg. In een beeld uit de 15e eeuw hebben houtwormen zijn mantel doorboord met kleine ronde gaatjes, maar niet zijn heldere ogen. Ik begin van zijn beeltenis te houden, het beeld waar ik al zoveel kilometers niets van begreep.
Na een lange ochtend in de stad begint de klim van de eerste van de twee bergen die nog tussen mij en Santiago in liggen. Het is warm. Het is veel te warm. De weg gaat nog maar matig omhoog maar het is onzin om te denken dat ik de berg over zou komen. Een klein oud dorp heeft een albergue met een schaduwrijk terras. Nog nauwelijks gefietst, maar het is genoeg. Ik slaap bijna 4 uur als een os, dan is het al vroeg in de avond. Op het terras zit Sebas.
Wat betekent het om zo dicht bij je bestemming te zijn als het niet gaat om de bestemming maar om de weg, en de bestemming een einde van je weg betekent? Wat betekent het om afscheid te gaan nemen van de Camino die ik net begin te voelen? De weg bepaalt zelf wat hij te bieden heeft en wanneer hij je genoeg gegeven heeft.

Statistieken:
Villar de Mazarife – Sta. Catalina de Somoza
Afstand: 46,75 km
gemiddelde snelheid: 16,6 km/u
Maximum snelheid: 38,9 km/u
Fietstijd: 2:48 u
Totale afstand: 2702,26 km

20120811-180642.jpg

20120811-180651.jpg

20120811-180702.jpg

20120811-180757.jpg

Naar Leon

9 augustus 2012

Vandaag ben ik op weg naar Leon. De stad ligt op 80 lange km over het dorre droge hoogland. Om kwart voor 7 wordt het licht, dan heb ik al afscheid genomen van Albert. Wil en ik fietsen om 7 uur weg om zo lang mogelijk de hitte voor te zijn. Het is vlak, het is recht, het is een gebied waar je doorheen moet. We fietsen hard, we willen door, we willen naar Leon. Bij elke 20 km denk ik aan de dagafstand van de wandelaars, aan de droogte, aan de hitte, die wij op de fiets zoveel sneller kunnen ontvluchten. Mijn bon camino aan de wandelaars komt uit mijn hart. Een boer heeft een kist pruimen neergezet, neem er van zoveel je wilt. Ze zijn heerlijk sappig en geven wat verkoeling. Het gaat om het fietsen, het afleggen van de afstand, het passeren. Dit is geen landschap dat je indrinkt, waar je niet van vandaan wilt. Om 1 uur hebben we er ruim 80 km opzitten en staan we voor de kathedraal van Leon. Daar ontmoeten we Erik, een Vlaming die in drie weken van Leuven naar Santiago fietst. Hij drinkt nog wat met ons maar gaat dan snel door, geen tijd voor de stad of voor de kathedraal. Wij wel. We eten rustig op een terras en slenteren dan naar de kathedraal. Maar die is dicht. Heel lang. We lopen door de stad die een heerlijke ontspannen sfeer heeft. De talloze barretjes waar gerookte hammen aan het plafond hangen, de open pleinen met bronnen en terrassen. We eten taart op een stoepje, ik geniet van de etalages met een diversiteit aan kazen, blikken vis, hammen en schoenen. Maar wachten op de kerk duurt lang, ook al wil ik ‘m graag zien. Ik wil door, dat is de energie van de reiziger. We fietsen de stad uit en in de schaduw in een park piekeren we wat over hoe nu. Want het wordt heet de komende dagen, nog veel heter dan nu. En tussen mij en Santiago liggen nog twee hoge bergen. Dat vraagt, misschien wel voor het eerst in – hoe lang ben ik eigenlijk onderweg? – om plannen. We gaan weg van de stad, op weg naar de berg, want dit is de reis van de rust, niet van de drukte van de stad. De middag is smoorheet, het loopt tegen de 40 graden. We vullen de bidons bij een bron maar al na een paar kilometer is het water warm. De wind blaast alle vocht uit me, mijn mond is droog, mijn lijf is droog, de wind brandt net niet mijn huid en er is niets, er is niets, alleen maar leegte. Ik giet een volle bidon over me uit, mijn haren, mijn shirt, mijn nek. Ik denk dat je kan sterven hier, van de hitte, van de dorst. Geen pelgrim kan hier wachten tot het winter wordt, er is geen water, er is geen schaduw, er is alleen maar de brandende zon en het lege landschap. Hier moet je doorheen. Deze kilometers moet je van je benen vragen zonder dat ze ongemerkt voorbijgaan. Je moet ze bevechten, je moet ze nemen, want zonder deze kilometers bereik je nooit je doel.
Na 20 km een dorp met een bar waar een varkenspoot op een handige klem staat, zodat er plakken ham afgesneden kunnen worden. En koud water. De lieve eigenares vult onze bidons met water met ijs, en kijkt op van de temperatuur die de flessen hebben. Eindelijk de albergue, als een oase in deze hitte. Daar zit Hans, die een dag eerder dan ik uit Gouda is vertrokken. Zijn ontmoetingen zijn weer totaal anders dan de mijne en nu pas ontmoeten we elkaar. De kletsnatte was die ik om 6 uur ophang is in een oogwenk droog. We eten een eerlijk pelgrimsmaal en er is al niets meer in me dat teleurstelling voelt bij het niet kamperen. Step out of your comfort zone and see what happens.

Statistieken:
Calzadilla de la Cueza – Villar de Mazarife
Afstand: 112,90 km
gemiddelde snelheid: 19,5 km/u
Maximum snelheid: 49,5 km/u
Fietstijd: 5:46 u
Totale afstand: 2655,51 km

20120809-215851.jpg

20120809-215835.jpg

20120809-215826.jpg

20120809-215816.jpg

Ik ben een pelgrim

8 augustus 2012 2 reacties

8 augustus 2012

Al 2500 kilometer volg ik het pelgrimspad naar Santiago de Compostella en ik weet niet of ik een pelgrim ben. Wat is een pelgrim? En waarom gaan pelgrims juist naar Santiago? Ik denk er al vele kilometers over na. En wat is op dit pad het pelgrimspad de betekenis van Sint Jacob? Ik zie hem toch vooral als een middel waarmee Karel de Grote zijn doel wilde bereiken: zijn vlag planten in het westen van Spanje om zijn rijk te vergroten. En hoe kon hij beter mensen op de been krijgen om de Moren voor hem te verslaan dan ze het symbool van het vermeende graf van Jacobus te geven? En nu is hij zelf verworden tot een pelgrim.
Gisteravond spraken de wandelaars over hun uur van vertrek, 6 uur, 7 uur. 7 uur was het uur dat de eerste ontwaakte, pas rond 9 uur maken we aanstalten en het is moeilijk om afscheid te nemen. Er is in de afgelopen uren niemand geweest die niet op de een of andere manier een engel voor de ander is geweest.
De pelgrims gaan op weg, in een specifieke periode van hun leven, soms omdat ze voor keuzes staan, soms omdat ze op zoek zijn naar avontuur, soms omdat ze iets te verwerken hebben, soms omdat ze niet weten waarom, maar een roep voelden om te gaan. En omdat ze allen dezelfde weg gaan treffen ze elkaar. Er wordt maar zijdelings gesproken over de keuzes, de problemen, de veranderingen, maar in alle gesprekken komt het al snel tot de kern. Dit onderweg zijn maakt misschien wel pelgrims van ze.
Ik fiets verder met Wil, we hebben hetzelfde tempo, het is fijn om samen te fietsen. We fietsen kilometers lang over een hete en droge hoogvlakte,eindeloze vlakte op 800 m hoogte. Het gaat in sneltreinvaart, in een uur hebben we de dagafstand van wandelaars afgelegd. Het wordt steeds drukker op de weg, op de trajecten dat we het Caminopad volgen lopen de wandelaars, velen lopen te strompelen, sommigen met de hakken op de achterkant van de schoen. Het is een luie warme dag, na een uitgebreide lunch op een bankje slapen we lang in de schaduw van een boom. Na nog een tiental snelle kilometers bereiken we Calzadilla de la Cueza, met een albergue met een zwembad, zo ontdekt Wil. Ik mag mijn tent aan de rand van het zwembad opzetten, we zwemmen de hitte van ons af. De oude infrastructuur van verzorging van pelgrims is de afgelopen jaren moeiteloos nieuw leven ingeblazen, de waterbronnen, de albergues, de bewoners die groeten met een welgemeend bon camino.
’s Avonds aan tafel weer een nieuwe groep pelgrims, de wandelaars met een totaal ander tempo dan dat van de fiets en met weer een heel ander verhaal dan dat van de reisgenoten van gisteren. Ik praat lang met Albert, een Spaanse pelgrim, en laat dan mijn aarzelingen maar varen. Ik ben een pelgrim. Ik ben een van hen. Op mijn pelgrimstocht ontmoet ik velen die me van alles laten zien, van alles laten loslaten, van alles doen ontdekken, en dat is mijn pelgrimstocht. Als we de bestemming niet zouden delen zouden we elkaar niet treffen langs deze weg, waar Santiago als een pelgrim de weg wijst naar ontmoetingen. Want dit is wat hij doet, van mensen pelgrims maken, de hoeder van de reflectie en de ontmoeting.

Statistieken:
San Anton – Calzadilla de la Cueza
Afstand: 68,60 km
gemiddelde snelheid: 19,7 km/u
Maximum snelheid: 43,7 km/u
Fietstijd: 3:28 u
Totale afstand: 2542,61 km

20120808-221025.jpg

20120808-221034.jpg

20120808-221040.jpg

20120808-221048.jpg