Archief

Archive for the ‘fietsen op Corsica’ Category

Welkom in zee

Vrijdag 25 juli 2014

Van de laatste dag maken we een feestdag. Dat is gemakkelijk, de markeringen in de routebeschrijving bestaan vooral uit cafés en restaurants. De eerste is al na 8 km, maar dat is geen reden om er niet lang te blijven. De klim er naar toe laat de ergste vermoeidheid na de afgelopen avond verdampen. We zitten loom in de zon, het terras wordt steeds voller, de ene na de andere fietser schuift aan. We hebben geen haast, het is maar een korte dag. Maar weer een schitterende dag. Ook deze dag weer een totaal ander landschap.Tussen het groen liggen beneden me de rotsen. Vanaf de Bocca di Vezzu een lange afdaling. De drukke weg beneden rijdt recht op de zee af. We kiezen een volgend terras, een prachtig barretje aan zee, met uitzicht op L’Ile Rousse. Na een lange stop kiezen we een weg door het binnenland, weg van de hoofdweg. Een laatste klim in de brandende zon voert naar Monticello, en vandaar de laatste vlucht naar beneden. In L’Ile Rousse vinden we een terras pal op het strand, waar ik voor het eten even de zee in loop. En daar rijden we alweer de camping op waar we de reis begonnen, toen we nog zo goed als vreemden voor elkaar waren en Corsica nog een verrassing was. Voor het eerst is er tijd om te zwemmen, met Roel dobber ik eindeloos op de golven en temidden van het gebabbel op het strand zweef ik tussen slaap en waak. Dit is echt het einde van de reis, we gaan de tijdelijke samenleving opbreken, het fietsen in de bergen is gedaan. Met Bert en Roel loop ik nog een laatste keer naar het strand, we drinken er de laatste limoncello. Om 5 uur in de ochtend breken we tenten op, in het ochtendlicht rijden we naar de boot. Na een ontspannen middag in de oude stad van Nice fietsen we in kleine colonne op het kompas van Roel naar Villeneuve-Lloubet waar de bus naar huis weer vertrekt, die in de pauzes tussen de Nederlandse etappes iedereen weer laat gaan naar zijn eigen leven.

Statistieken:
St. Florent – L’Ile Rousse
Afstand: 58,24 km
Gemiddelde snelheid: 18,7 km/u
Maximum snelheid: 48 km/u
Fietstijd: 3:06 u
Totale afstand: 841,09 km

20140731-091952-33592145.jpg

20140731-091951-33591472.jpg

20140731-091951-33591811.jpg

20140731-091952-33592493.jpg

Cape Corse

Donderdag 24 juli 2014

Ik slaap als een os. Geen zoeter slaap dan die van vermoeidheid na het fietsen. We gaan op weg voor de een na laatste dag. Ook al lijkt het alsof ik nog maar een paar dagen op weg ben rijden we al naar het einde toe. Vandaag nemen we de Cape Corse. De eerste km voelen als een trainingsrondje. De weg slingert langs de kust. De bochten naar zee licht gaan omhoog in hoog tempo. Daarna een stuk vlak om aan te zetten, de bocht terug naar de bergen voert omlaag. In dat ritme fietsen we de eerste 20 km. De kustlijn is prachtig, het helblauwe water, de blauwe lucht, de rotsen waar de bomen tegen wil en dank bovenop groeien. Een stuk rots is te hard om er de weg in uit te houwen, de weg neemt een slinger het binnenland in waar het direct omhoog gaat. Boven kijken we weids uit over de zee, met uitzicht op Elba. Over een oude smalle weg gaat het dan 7 km naar beneden, naar Barchaccio, het meest charmante dorp dat we tot dusver tegenkwamen. Het is een plek om te blijven, vooral het huis direct aan zee, met een nis waar een eenvoudige tafel staat, een kleine winkel met wijn, messen en sieraden. Op een muurtje voor de haven kijk ik er eindeloos naar, het is hier perfect. Vanaf Barchaccio gaat het weer omhoog, het eindpunt van de klim is al van ver te zien. Het blijft een wonder hoe relatief snel je die afstand en die hoogte weer hebt overbrugd. Boven staat het hele peloton me op te wachten. Samen gaan we in hoog tempo weer naar beneden over slecht wegdek. Ik moet mijn aandacht verdelen tussen de gaten in de weg en het waanzinnige uitzicht. We dalen af naar Pino, een prachtig dorp waar Bert en Wendy staan met pasta en bouillon. Ik sta al klaar om de afdaling naar de kust te nemen als Roel kiest voor de weg omhoog, die rustiger en net zo makkelijk zou zijn. Ik draai om en rijd mee. De eerste 5 km verfoei ik hem, het gaat alleen maar omhoog en ik vind het zwaar. Maar eenmaal boven neem ik alles terug. Het is ongelooflijk, de weg zweeft golvend hoog boven de kust, het uitzicht kan niet mooier zijn. De smalle weg scheert langs een ravijn, naast me gaat de afgrond recht naar beneden, ver beneden me de zee en de lage kustweg. Wat ben ik blij dat we deze weg namen, en niet de gemakkelijke weg naar beneden. Na een lange afdaling gaat het nog naar boven, ik raak achter en vlak voor het ronden van de berg rijd ik mijn band lek. Ik leg er een nieuwe band op en net als ik weer op de fiets stap belt Roel, Bert is op weg naar boven om me te helpen. Wat lief. De saamhorigheid zorgt er inmiddels voor dat je de weg die je vliegend naar beneden hebt genomen weer terug neemt om een gestrande fietser te helpen. Ik tref Bert halverwege en we dalen verder af. Dan de laatste 25 km. Die vallen niet mee. Ze zijn prachtig, de weg strekt zich uit langs de kust, met nog een slinger door het binnenland, maar ik pers de km uit mijn benen. Nog 10, nog 5. ’s Avonds in de bar van de camping praten we over de dingen in het leven die echt belangrijk zijn.

Statistieken:
Marina de Pietracorbara – St. Florent
Afstand: 110,24 km
Gemiddelde snelheid: 18,8 km/u
Maximum snelheid: 50,6 km/u
Fietstijd: 5:50 u
Totale afstand: 782,85 km

20140731-091747-33467973.jpg

20140731-091747-33467275.jpg

20140731-091747-33467630.jpg

20140731-091748-33468318.jpg

Ik kan vliegen

Woensdag 23 juli 2014

Vandaag wordt het een lange dag en ik wil graag bij het peloton blijven. Ik zet aan om ze bij te houden en ik blijk inderdaad gewoon lui te zijn, ik kan makkelijk harder fietsen als het omhoog gaat. Het beklimmen en afdalen van de Col d’Ominanda is schitterend, maar het gaat veel te snel om het vast te houden. Alles wat voorbij komt vervliegt. Maar misschien is het niet erg. De ervaring is intens. Al mijn zintuigen staan open. Ik scheer in hoog tempo over de berg omlaag, ik kan vliegen! De weg is zo mooi dat ik tranen van ontroering voel. Het is een smalle lege weg. Ik slinger van plezier over beide weghelften. Koeien en geiten langs de kant. Ik vergeet dat de weg er ook is voor ander verkeer, af en toe schrik ik van de schaarse onverwachte automobilist. Telkens gaat het goed. Na de Col de Croce d’Arbitro en het eerste terras in Ponte Leccia begint de klim naar de Col de Bigorno. Deze berg is fenomenaal. De Corsicaanse bergen waren tot nu toe nogal recht toe recht aan, omhoog, en daarna pas weer omlaag. Maar deze berg is vriendelijk, na korte stukken klimmen laat hij je even bijkomen met tussentijdse afdalingen. In het weidse dal de eerste wijnvelden. De rotsen kleuren groen. De schaduw van de wolken ligt als plakken donkere verf op de hellingen diep in het dal. De weg die we namen ligt diep onder ons in een wirwar van bochten. Het is hier zo prachtig. Ik ben nergens naar op weg, ik hoef nergens naar toe. Ik ben de hele dag in niemandsland, alleen maar aan het fietsen over de mooiste wegen die er zijn, alleen maar voor het plezier van het spel met de zwaartekracht. Het spelen van dat spel maakt je nietig en almachtig tegelijk, nietig omdat je niet meer dan een horzel bent in deze natuur, almachtig omdat je in korte tijd vanaf de zee oog in oog staat met de toppen van de bergen, en dat allemaal zonder geluid, op eigen kracht. De rij fietsers voor me schuift langzaam de berg op naar boven, tussen het groen op de weg boven me verschijnen de inmiddels bekende gekleurde shirtjes die de loop van de weg wijzen. Na een bocht staat Bert met een lekke band. George, Willemijn en ik helpen met het verwisselen ervan, nog geen km verder krijgt ook Willemijn een lekke band. Het brengt de shirtjes voor ons uit zicht. Gevieren rijden we naar boven. Het trotse volk dat de toppen bewoont bouwt kleine geïsoleerde dorpen. Kinderen zitten er op de muurtjes langs de weg met hun mountainbikes, ik vraag me af of zij ook de weg naar beneden kiezen. Na het eerste bergdorp staan Bert en Wendy met soep en eclairs. Het uitzicht is fantastisch, de zee is weer te zien. We klimmen verder over de smalle weg naar de Col de Bigorno, daarna volgt een afdaling van 20 km. Het is een vrolijke, lange dag. Hella voegt zich bij ons. Het oude Oletta ligt prachtig tegen de berg. Het is al laat, en we moeten nog ver, en nog over de Col de Teghime. De klim daar naar toe is heet in de namiddagzon. Dwars over het dal zijn lange electriciteitsdraden gesponnen over een onvoorstelbare afstand. Daarna de laatste afdaling, waarin we bijzondere kerken voorbij stuiven en door mooie dorpen vliegen zonder te stoppen. Zwevend boven Bastia stoppen we even om ons op te laden voor de laatste 20 km. Die gaan heel licht glooiend weergaloos langs de kust. Het tempo kan er weer op. Veel te snel vliegen we, omdat het vliegen zo heerlijk is, en daarmee zien we veel te weinig van het moois om ons heen. Het is te laat voor nog een duik in de zee. We fietsen naar de camping om voor de avond en de nacht weer voor even het niemandsland te verlaten.

Statistieken:
Corte – Marina de Pietracorbara
Afstand: 125,35 km
Gemiddelde snelheid: 18 km/u
Maximum snelheid: 48 km/u
Fietstijd: 6:55 u
Totale afstand: 672,61 km

20140724-070353-25433148.jpg

20140724-070353-25433829.jpg

20140724-070352-25432791.jpg

20140724-070353-25433482.jpg

Rustdag

Dinsdag 22 juli 2014

Als ik alleen fiets dienen de rustdagen zich vanzelf aan. Op een ochtend word ik wakker en weet ik dat ik niet wil fietsen maar wil slapen. Zo werkt dat hier niet. De rustdagen zijn gepland en op alle andere dagen liggen de routes vast. Vandaag is het rustdag. En die valt wonderlijk samen met mijn gevoel. Na de vroege ochtend slaap ik verder, Bert wekt me voor het ontbijt dat ik anders gemist zou hebben. Direct na het ontbijt ga ik weer terug naar bed en slaap de warme middag in. Om niet de hele dag te slapen stap ik op de fiets naar Corte, in een ontspannen afdaling door de gorges. Vanaf deze kant zie ik de citadel waar ik gisteren heen fietste indrukwekkend op het allerhoogste puntje liggen. De middag breng ik door met Roel op een schaduwrijk terras. Na een uitgebreide lunch blijf ik er zitten lezen tot mijn ogen bijna dicht vallen. De klim door de gorges terug naar de camping is zonder glas bier een stuk makkelijker. Daar blijkt dat dit een lome dag was voor bijna iedereen. Behalve voor de renners. De renners fietsten vandaag 140 km. Sam, Jack en Erik nemen iedere dag een extra lus met extra collen, de afstanden zijn ze te kort, de hoogtemeters te bescheiden. Rust is aan hen niet besteed. Met hun extra kilometers zijn ze eerder binnen dan het peloton. De rest van de groep bereidt zich met luieren voor op de tocht van morgen, 120 km over vijf collen. Ik slaap nog even op een rotsblok midden in de rivier en dan gaan we al weer eten. Het ritme van deze dagen houdt de groep in een leefbaar gareel. Om half 8 ontbijt, halverwege de route na een bocht de witte bus met Bert en Wendy die je zwaaiend opwachten voor de lunch, om zeven uur aan tafel. Iedere dag zijn drie fietsers verantwoordelijk voor tafel dekken, afwassen, groenten snijden. Na ruim een week zijn alle verschillende karakters tot een tijdelijk geheel gesmeed, tegelijkertijd beginnen de individuen van het collectief steeds meer kleur te krijgen. Ik moet lachen om de voorspelbaarheid van de interactie, en laat me verrassen door het onvermoede.

20140723-231302-83582410.jpg

20140723-231303-83583164.jpg

20140723-231302-83582784.jpg

20140723-231303-83583520.jpg

Het wiel van Roel

Maandag 21 juli 2014

In de vroege ochtend staan de mensen die overnachtten boven op de col op om verder te gaan. Dit is geen plek om te blijven, dit is een pleisterplaats voor wandelaars en fietsers. Men komt, wast zich het zweet van het lijf, rust uit, eet, slaapt en breekt weer op. Het is bewolkt, het is koud en nat na een nacht regen en het waait. We duiken met jacks aan de berg af omlaag, 17 km lang. De laatste km van de afdaling breekt de zon door en wordt het warm, in de wasplaats in Ghisoni pelt iedereen de extra laagjes weer af voor de klim die komt. Want er is geen afdaling waarop geen klim volgt, geen klim die niet eindigt met een afdaling. De bergen zijn goedmoedig, wat ze nemen, geven ze ruimhartig weer terug. Dat is hun aard. En Corsica heeft weinig anders dan bergen. Ik heb zware benen. Ik laat iedereen passeren en kruip omhoog. Al snel wennen mijn benen aan de klim en protesteren ze niet meer. In lange lussen met haarspeldbochten gaat het zigzaggend omhoog, de wind waait fel, de ene kant op tegen, na een bocht de andere kant op mee. In 10 km gaat het zeven keer de Dom op. Boven me het ruisen van de wind, beneden het ruisen van het water. Verder is er niets te horen. Het is onbeschrijflijk om zo lang tussen de bergen blijven te rijden, en ze niet alleen te passeren op weg naar een bestemming. Ik weet niet of ik iets mooier vind dan deze kleurencombinatie van rotsen en lucht, dan deze reusachtige bergen waar niet omheen, maar alleen maar overheen te gaan is. Het groene dal wordt dieper en dieper, de toppen die eerst imposant boven me uit torenen zijn na 7 km klimmen op ooghoogte. Op de top staan Bert en Wendy, maar het is nog vroeg en boven is het koud. Ik ben niet moe en samen met de rest van de groep klik mijn schoenen direct weer in de pedalen voor de afdaling. En die is spectaculair. Zodra de helling is genomen is de berg genereus. Dan hoeft er helemaal niets meer. Diep beneden me slingert de weg in eindeloze haarspeldbochten naar beneden, van ver kan ik zien hoe ik het dal in ga suizen. De wind is fel. Als een kat die speelt met een muis slaat de wind zijn vlagen tegen me aan, gewoon om te kijken of ik het houd. Ik moet moeite doen om mijn fiets recht te houden, soms lijkt het alsof ik het dal in geblazen word, soms lijk ik midden in de afdaling bijna stil te staan als een steigerend paard, maar de smalle fragiele fiets blijft wonderlijk in balans. Het is magnifiek. Beneden warmen we ons op in een cafe in Vivano met warme chocolademelk. Nog een col te gaan. We fietsen samen weg en ik haak in het achterwiel van Roel. Fietsen met deze groep doet me afvragen waarom ik zo traag klim. Ben ik gewoon te lui? Is mijn conditie niet goed genoeg? Roel fietst harder dan ik zou doen, na een paar km wil ik opgeven en houd ik in, maar waarom eigenlijk? Hij blijft in zicht, en fietsen in zijn wiel was makkelijker. Ik zet nog even aan en samen komen we boven. Daarna volgt een lange afdaling naar Corte. Met gemengde gevoelens volg ik de groep de steile heuvel op waar de citadel ligt, maar eenmaal in de stad kiezen we tot mijn groot plezier een mooi terras. Hoewel we allemaal weten dat het heel onverstandig is lunchen we met een goed glas bier, en zonder moeite trekken we elkaar de laatste klim van 6 km over, langs de rivier die naar beneden stroomt fietsen wij door een prachtige gorge naar boven. Tussen de rotsen zetten we de tenten op.

Statistieken:
Col de Verde – Corte
Afstand: 65,21 km
Gemiddelde snelheid: 16,3 km/u
Maximum snelheid: 56 km/u
Fietstijd: 3:59 u
Totale afstand: 547,26 km

20140722-134705-49625069.jpg

20140722-134704-49624701.jpg

20140722-134705-49625422.jpg

20140722-134705-49625785.jpg

De koninginnenrit

Zondag 20 juli 2014

Vandaag rijden we de koninginnenrit, van zeeniveau over verschillende collen naar de Col de Verde op 1289 m, in totaal 2400 m stijgen. Even houd ik het limoncellopeloton bij en luisteren we zwijgend naar het carrillion van onze derailleurs. Maar als we echt gaan stijgen raken ze uit zicht en fiets ik samen met Hella de rest van de dag in. Het is een genadige dag. Wolken houden het branden van de zon tegen, een kalm briesje geeft wat verkoeling. Toch druppen dikke zweetdruppels langzaam van mijn gezicht tussen mijn pedalen. Ik les mijn dorst bij de talloze bronnen langs de weg met ijskoud fris stomend water. We kijken tussen uitgewaaide rotsen naar Porto-Vecchio, dat al ver onder ons ligt. Het landschap verandert. Het eerste deel is nog redelijk druk met auto’s maar na een stuwmeer en een eerste afdaling wordt het rustiger en kan ik me verbeelden dat ik de enige hier ben, dat de omgeving lag te wachten op een fietser die stil op zijn fiets onderdeel wordt van de natuur. Het is hier woest en ledig, en prachtig. De randen van de weg brokkelen af, er is maar een smalle strook nodig voor de koeien en de fietsers. Maar helemaal alleen ben ik niet. Een carrousel van fietsers passeert, de berg op en af. De frisse jeugdige zoon met achter hem zijn zwetende vader, de vrouw met benen van staal al weer op weg naar beneden als ik nog lang niet op de top ben, de man die met Charles Asnavour zingend uit zijn shirt de berg oprijdt. Iedereen groet elkaar, de dalers wensen de stijgers bon courage. De geur van de bomen wordt afgewisseld met de geur van de hammen die ik zag hangen in de winkels in Bonifacio. We rijden door sfeervolle dorpjes die vol zitten met lunchende mensen, waar het ruikt naar feu de bois. Maar wij fietsen door. Het koelt af door de regen, het wordt zelfs fris. De dag is ook een berg. De top van de berg zit op de helft van het aantal kilometers, vanaf daar telt het af naar beneden. Vandaag staan Bert en Wendy precies op die top met de bus voor de lunch. We eten er perziken en hebben een schitterend uitzicht. Vanaf daar buitelen we weer naar beneden, waar een volgende klim van 20 km wacht. Langs de kant van de weg liggen de varkentjes in een slome omhelzing te luieren in de zon, ze staan midden op de weg staan tevreden smakkend en grommend gras en dennenappels te verorberen. Door een fietser laten ze zich niet uit het veld slaan. Af en toe een verkoelende regenbui, soms de dreigende donder. Aan de overkant van de vallei ligt een weg die er afschrikwekkend uitziet uit de verte, na een lange bocht blijkt het de weg van ons. Maar het is een vriendelijke, makkelijke weg, helemaal langs de flank van de berg met weids uitzicht, die uitkomt op de Col de la Vaccia. Daarna volgt een 15 km lange afdaling om bij te komen. Beneden zit het peloton op een terras met cola voor de laatste klim van 20 km. We zijn slaperig en soezen in de zon. Ik eet een omelet, dommel nog wat, en net als we dan toch maar willen opstappen mogen we nog even schuilen voor de laatste bui. De laatste klim is prachtig en gaat in een gemakkelijk tempo. De tijd van deze dag vervliegt in de ruim 100 km, het is bijna niet te onthouden wat we hebben gezien, waar we doorheen zijn gefietst. Boven op de col zetten we de tenten op en eten als koningskinderen in de bries die over de col raast. ’s Nachts krijgt Jeanine Laseroms gelijk, het stormt, dondert en regent, precies tot aan de ochtend.

Statistieken:
Porto-Vecchio – Col de Verde
Afstand: 108,65 km
Gemiddelde snelheid: 15,5 km/u
Maximum snelheid: 45,4 km/u
Fietstijd: 6:59 u
Totale afstand: 482,05 km

20140722-134159-49319725.jpg

20140722-134200-49320082.jpg

20140722-134159-49319387.jpg

20140722-134200-49320451.jpg

Slenteren

Zaterdag 19 juli 2014

Vandaag is het rustdag. Met Roel slenter ik naar Porto-Vecchio waar we koffie drinken in de haven en de smalle oude straatjes doorkruisen. ’s Middags nemen we de bus naar Bonifacio, een prachtig dorp met, net als Porto-Vecchio, een citadel, gebouwd om eeuwenlang aanvallen van verschillende overheersers af te weren. Nu bestaat het alleen nog maar om er te eten en te drinken. Dat doen we dan ook maar. We lunchen aan het water met een goed glas wijn en een goed gesprek. Als we rozig de luie trappen oplopen kijken we vanaf de vestingwal op hoge witte kalkrotsen, met verrassend dichtbij Sardinië. Boven is het een wirwar van straatjes en oude gebouwen en overal aanlokkelijke terrassen. We stuiten op de escalier du Roi-d’Aragon, een steile trap naar de zee, uitgehouwen in de witte rotsen, die leidt naar een smalle holte waarlangs we precies boven het water kunnen lopen. Voor het eerst loop ik even de zee in, waar ik, net als vele anderen, op een rots een torentje bouw van stenen, een ritueel met onbekende betekenis. Het is een heerlijke en ontspannen dag.
Terug in Porto-Vecchio ontmoeten we de groep en hoeven we alleen nog onder grote platanen wat te drinken en te eten in een restaurant aan de oude stadsmuur, waar we door een gat in die muur uitzicht over de omgeving hebben. Het is met goede wijn en een limoncello na waarschijnlijk niet de beste voorbereiding op een tocht van 110 km over verschillende collen, maar wel erg gezellig. Op weg naar huis kan ik de kermis niet weerstaan, ik win er nutteloze prijzen met het schieten van ballonnen en zit als enige volwassene in de botsautootjes. ’s Nachts zweef ik op de muziek van een dansfeest in de buurt rustig richting de ochtend.

20140722-134029-49229860.jpg

20140722-134030-49230214.jpg

20140722-134030-49230918.jpg

20140722-134030-49230564.jpg